+31 30 2084100
Bellen

Afgezonderd Particulier Vermogen

7 november 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Met ingang van 1 januari 2010 is het begrip ‘Afgezonderd Particulier Vermogen’ (APV) geïntroduceerd in de fiscale wetgeving. De fiscale kwalificatie van de Nederlandse stichting kent daarmee sindsdien een nieuwe categorie. Maar bovenal zijn veel buitenlandse doelvermogens sindsdien als APV aan te merken.

De introductie van het APV-regime is dan ook ingegeven door de wens om buitenlandse doelvermogens die worden gebruikt om vermogen af te zonderen, te negeren en het daarin gestructureerde vermogen te belasten bij de originele eigenaren en/of hun erfgenamen. Om tot ‘EU proof’ wetgeving te komen echter, zijn de vestigingsplaats of de rechtsvorm van de APV niet relevant. Ook in Nederland gevestigde (familie)stichtingen kunnen dus kwalificeren als APV. Kapitaalvennootschappen, coöperaties, verenigingen en personenvennootschappen vormen in beginsel geen APV; de inbrenger verkrijgt dan tegenover zijn inbreng immers aandelen, lidmaatschapsrechten of vergelijkbare rechten of economische deelgerechtigheid.

Met de komst van de APV kennen we in Nederland stichtingen die in juridische en economische zin gerechtigd zijn tot vermogen en de vruchten daaruit, terwijl dat vermogen en die vruchten in fiscale zin worden toegerekend aan andere dan de juridische drager van deze rechten en verplichtingen.

Welke stichtingen kwalificeren als APV?

Op grond van de fiscale wetgeving, kwalificeert als APV een stichting waarmee ‘meer dan bijkomstig een particulier belang wordt beoogd’, tenzij,

  1. Tegenover de afzondering van dit vermogen een uitreiking van aandelen, winstbewijzen, lidmaatschapsrechten, bewijzen van deelgerechtigdheid of daarmee vergelijkbare rechten heeft plaatsgevonden, of
  2. Een economische deelgerechtigdheid is ontstaan, ofwel
  3. De stichting kwalificeert als een SBBI.

Het gevolg van kwalificatie als APV is dat, voor de toepassing van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001, het daarin afgezonderde vermogen en de daaruit voortvloeiende opbrengsten en uitgaven worden toegerekend aan de overdrager. Na het overlijden van de inbrenger vindt toerekening plaats aan diens erfgenamen.

Voor de toepassing van de schenk- en erfbelasting wordt het afzonderen van vermogen in een APV niet als belastbare verkrijging aangemerkt. Ook uitkeringen uit een APV worden geacht te zijn verkregen van de perso(o)n(en) waaraan het vermogen van het APV voor de heffing van inkomstenbelasting wordt toegerekend. Voor de erfbelasting geldt een vergelijkbare toerekeningsfictie.

Afzonderen van vermogen

Het begrip ‘afzonderen van vermogen’ moet ruim worden opgevat, aldus de wet en de parlementaire geschiedenis. Zo kan de afzondering worden doorgetrokken naar achterliggende aandeelhouders van een ‘afgezonderde’ vennootschap en vallen ook vervreemdingen onder dit begrip.

Nieuwe fiscale mogelijkheden

Het gevolg van de APV-wetgeving is dat APV’s fiscaal praktisch gezien als transparant moeten worden beschouwd. Ongeacht de juridische realiteit, worden schenkingen en vermogens zo fiscaal via diverse ficties toegerekend aan (een) andere perso(o)n(en).

De introductie van het APV-regime, biedt sinds 2010 nieuwe toepassingskansen voor de rechtsvorm van de Nederlandse stichting en/of buitenlandse doelvermogens als de Anglo-Amerikaanse ‘trust’, de (Duitse, Zwitserse of Liechtensteinse) ‘Stiftung’ of de Antilliaanse Stichting Particulier Fonds (‘SPF’). Vermogens kunnen daarmee worden afgescheiden in een APV, waarna dit afgescheiden vermogen praktisch beschermd is tegen bijvoorbeeld curatoren, crediteuren of spilzuchtige familieleden. Met deze vorm van ‘asset-protection’ kan men zogewenst buiten het beeld van nieuwsgierigen blijven. Nederlanse stichtingen die enkel tot doel hebben de privé-belangen van een particulier of familie te dienen, kwamen voorheen niet veel voor in Nederland. Het probleem met het gebruik van dergelijke stichtingen was namelijk dat heffing van schenkbelasting aan de orde was, vaak al bij het funden (de inbreng in) of toch uiterlijk bij het tenietgaan van de stichting (de exit of het opdoeken van de juridische structuur).

Zowel bij het inbrengen van eigen vermogen in, als bij het uitkeren van dergelijk vermogen of de resultaten uit zo’n stichting namelijk, treedt regulier heffing van schenkbelasting op. Naar een tarief van minimaal 30% schenkbelasting (sinds 1 januari 2010, daarvoor was dat zelfs minimaal 41%) is dat een forse drempel in het gebruik van deze rechtspersoon bij fiscale planning. Daarbij speelt nog een bezwaar vanuit civiel-juridische optiek: stichtingen kennen op grond van artikel 2: 285 lid 3 Burgerlijk Wetboek een ‘uitkeringsverbod’, waardoor het toepassingsbereik van Nederlandse stichtingen vaak wordt beperkt.

Vanwege de invoering van het APV-regime in de fiscale wetgeving kennen we nu met ingang van 2010 met de nieuwe categorie van de APV een nieuwe verschijningsvorm van de stichting, in aanvulling op de reeds bekende vormen als ANBISBBI of STAK. Daarmee kennen we voortaan stichtingen die zowel juridisch als economisch gerechtigd zijn tot het vermogen in de stichting (en de vruchten daaruit), terwijl dat vermogen (en die vruchten) fiscaal aan anderen moet worden toegerekend.

Het gebruik van de stichting binnen het Nederlandse fiscale recht kent daarmee weer een breder scala aan toepassingen en verschijningsvormen dan voorheen. Let daarbij op de voorwaarden die samenhangen met de fiscale kwalificatie van APV, ANBI, SBBI of STAK. Want aan deze kwalificatie zijn zwaarwegende fiscale gevolgen verbonden.

Evaluatie

De staatssecretaris van Financiën is van mening dat het nieuwe wettelijke regime voor APV’s positieve gevolgen heeft gehad. In zijn brief aan de Eerste Kamer inzake de evaluatie van de nieuwe regelgeving van 11 september 2013, merkt hij wel op dat hij nieuwe fiscale – ongewenste – constructies signaleert in de praktijk. Hij overweegt om hier tegen op te treden met reparatiewetgeving in een nieuwe wetsvoorstel.

Onze dienstverlening

VERDER heeft veel kennis over het gebruik van stichtingen en de diverse toepassingsmogelijkheden van deze rechtsvorm binnen het (Nederlandse) fiscale recht. Graag gaan wij hierover met u in gesprek. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen