31 30 2084100
Bellen

Aftrek fictieve kosten vrijwilligers

17 november 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Aftrek fictieve kosten vrijwilliger

In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, is al jaren een bepaling opgenomen op grond waarvan ter zake van de werkzaamheden van vrijwilligers fictieve kosten in aanmerking genomen kunnen worden. Van belang is dat deze aftrek enkel toegepast mag worden door kwalificerende ‘lichamen’.

Met ingang van 1 januari 2012 onderscheiden we twee soorten lichamen die kwalificeren voor de ‘vrijwilligerskostenaftrek’:

  1. een algemeen nut beogende instelling (ANBI), of
  2. een lichaam dat een sociaal belang behartigt en de winst hoofdzakelijk behaalt met behulp van arbeid die door natuurlijke personen ‘om niet’ [lees: gratis] wordt verricht of naar een loon dat in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is [lees: vrijwilligers].

Tot 1 januari 2012 gold voor het lichaam onder b. de aanvullende eis dat de behartiging van een sociaal belang op de voorgrond stond. Hoewel de aftrekfaciliteit open staat voor alle ‘lichamen’, wordt deze in de praktijk vooral door verenigingen en stichtingen gebruikt. Slechts verenigingen en stichtingen kunnen immers kwalificeren als ANBI. Bovendien zijn vrijwilligers in de praktijk eerder geneigd zich voor verenigingen en stichtingen in te zetten dan voor winstbeogende lichamen zoals de besloten vennootschap. Met deze wettelijke bepaling leidt bijvoorbeeld de inzameling van oud-papier door een plaatselijke club en zijn vrijwilligers feitelijk niet tot heffing van vennootschapsbelasting over het resultaat van de actie.

Wat is aftrekbaar en tot welk maximum?

Aftrekbaar zijn de (fictieve) kosten van de vrijwilligers die ten behoeve van de genoemde lichamen werkzaam zijn, ervan uitgaande dat zij op basis van het minimumloon worden gehonoreerd, verminderd met de werkelijke aan hen vergoede kosten. Voor zover de stichting of vereniging die de vrijwilligers inzet dat aannemelijk maakt, mag ook een hoger loon dan het minimumloon in aanmerking worden genomen bij de berekening van de aftrekbare fictieve kosten, mits dat in het economisch verkeer gebruikelijk is.

Tot 1 januari 2012 gold daarbij de voorwaarde dat ten gevolge van die aftrek geen ernstige concurrentieverstoring zou mogen optreden. In plaats van deze voorwaarde, geldt met ingang van 1 januari 2012 de regel dat bepaalde (groepen) lichamen of activiteiten door middel van een beleidsbesluit kunnen worden uitgezonderd van deze aftrek. Overigens is tot nu toe van de mogelijkheid hier beleid voor uit te vaardigen nog geen gebruik gemaakt.

Om de fictieve kosten van de vrijwilligersinzet in aftrek te mogen brengen, is vereist dat het lichaam in zijn administratie de betrokken personen heeft gespecificeerd, onder meer door het vastleggen van de naam, adres, woonplaats en de daadwerkelijk aan hen verstrekte beloningen.

Overigens vindt de aftrek geen toepassing als de belastbare winst reeds vóór het in aanmerking nemen van deze aftrek negatief is dan wel, indien en voor zover de belastbare winst als gevolg van de aftrek negatief wordt.

Onze dienstverlening

VERDER heeft veel expertise in relatie tot de inzet en beloning van vrijwilligers en de fiscaliteit van instellingen in de (semi)publieke sector. Graag gaan wij het gesprek met u aan over de fiscale mogelijkheden. Onze contactgegevens treft u hier.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >