31 30 2084100
Bellen

ANBI’s en hun commerciële activiteiten

5 september 2015 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Met de introductie van de Geefwet in 2012 is door de fiscale wetgever expliciet gemaakt dat niet-winst beogende instellingen met de fiscale ‘goede doelen’-status van ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’ (ANBI), óók commerciële activiteiten kunnen ontplooien. Daarbij kan worden gedacht aan fondswervende activiteiten.

Ter behoud van de bijzondere fiscale status als ANBI, moeten de instellingen (ook) deze activiteiten wel in voldoende mate ten bate van het goede doel ontplooien (ter financiering van de algemeen nuttige activiteiten van de instelling). Activiteiten zijn géén algemeen nuttige activiteiten indien een instelling het geheel van die activiteiten tegen commerciële tarieven verricht.

Inmiddels is er de nodige ervaring opgedaan met de vraag hoe de hierbij geldende voorwaarden moeten worden uitgelegd. Met name de ‘meer commerciële’ doelactiviteiten van ANBI’s vragen daarbij de aandacht. Denk daarbij aan fondsenwerving bestaande uit de verkoop van zaken of dienstverlening, zoals de verkoop van ansichtkaarten of de organisatie van cursussen tegen betaling. De ruimte die veel ANBI’s menen te hebben voor hun ‘meer commerciële activiteiten’ blijkt praktisch toch beperkt naar het oordeel van de Belastingdienst en diverse rechters.

Uit recente rechtspraak blijkt dat ANBI’s beter voorzichtig manoeuvreren als zij hechten aan hun fiscale status. Menig rechter namelijk blijkt doelactiviteiten die min of meer commercieel zijn als belemmering te zien voor de ANBI-status.

Daar valt fiscaal op af te dingen, maar voor de praktijk van veel instellingen is dit een niet te missen signaal. Doelactiviteiten die min of meer commercieel zijn, blijken zo steeds vaker een belemmering te kunnen vormen voor de ANBI-status.

Betekenis van de rechtspraak

Uit recente uitspraken (vergelijk hieronder) blijkt dat fiscaal groot gewicht toekomt aan de tariefstelling van de doelactiviteiten van een instelling. De Belastingdienst en fiscale rechters wegen dit strikt bij de beoordeling van de ANBI-status. Als toetsingskader voor de rechter geldt hierbij het antwoord op de vraag hoe het (al dan niet donerende) publiek de gehanteerde tarieven ervaart. Is het tarief dat een instelling voor een doelactiviteit hanteert min of meer gelijk aan wat in de markt gebruikelijk is? Dan kan hierin een gevaar schuilen voor het behoud of het verkrijgen van de ANBI-status. De vraag of een instelling met dergelijke activiteiten mogelijk zelfs verlies lijdt, is hierbij opvallend genoeg voor sommige rechters weinig relevant en niet leidend! Ook onderscheid in de markt(en) die kunnen worden onderkend voor verschillende diensten, wordt helaas niet altijd gemaakt.

Onze zienswijze

Naar onze mening brengt de term ‘commercieel tarief’ tot uitdrukking dat hiermee een tarief wordt bedoeld dat de integrale kostprijs te boven gaat, zodat het algemeen belang met het uit de activiteit afkomstige batige saldo ook is gediend. In de parlementaire geschiedenis bij de Uitvoeringsregeling van de Geefwet, is een dergelijke uitleg ook met zoveel woorden aangereikt door de wetgever.

Recente jurisprudentie
Anders dan deze handreiking van de wetgever over het ANBI-karakter, oordelen rechters afwijkend in recente jurisprudentie.

Zo oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden recent dat de ANBI-status van een stichting die het katholieke geloof verkondigt door middel van de uitgifte van een weekblad terecht was ingetrokken. Het abonnementsgeld dat de stichting vroeg, bleek niet af te wijken van de abonnementsprijzen van andere (commerciële) weekbladen. Het Hof nam hierdoor aan dat abonnees van het katholieke nieuwsblad een in het economische verkeer, min of meer normale prijs voor het blad ervaarden. Deze omstandigheid bracht mee dat de stichting dusdoende de consumptieve particuliere belangen van de abonnees dient, aldus het Hof. Dat de uitgeefactiviteiten van de stichting structureel verlieslatend waren sinds haar oprichting in 1983, veranderde niets aan dit oordeel. Tegen de uitspraak van het Hof is cassatie aangetekend bij de Hoge Raad; afwachten dus wat het oordeel van ons hoogste rechtscollege wordt.

Om vergelijkbare redenen weigerde Hof Arnhem-Leeuwarden eerder dit jaar overigens de ANBI-status voor een reisorganisatie voor verstandelijk gehandicapten. De organisatie maakt daartoe gebruik van meer dan 300 vrijwilligers(!). Deze vrijwilligers begeleiden de gehandicapte reizigers en voorzien op eigen kosten in hun voeding en verzekeringen. Het Hof stelt vast dat de reizigers een reissom betalen die niet lager ligt dan de reissom van commerciële reisbureaus. Vanwege deze marktconforme vergoeding voor de reisorganisatie, oordeelt het Hof dat de Belastingdienst de ANBI-status terecht heeft ingetrokken. Dat de instelling ook zorg verleent aan de reizigers in de vorm van begeleiding is slechts van bijkomende aard, aldus een overweging van het Hof.

Niet alle rechters leggen de fiscale regelgeving echter op deze manier uit. Zo heeft een lagere rechter (rechtbank Gelderland) recent een uitspraak gedaan die in het voordeel van de instelling is. Het ging in deze zaak om een stichting die watersportactiviteiten aanbiedt aan lichamelijk of verstandelijk gehandicapten. De rechtbank merkt deze instelling aan als ANBI omdat de door de stichting gevraagde tarieven minder dan de helft van de kosten dekten, zelfs zonder rekening te houden met de waarde van de uren die vrijwilligers invullen. Daarmee waren deze tarieven niet min of meer commercieel. De vraag hoe het publiek deze tarieven ervaarde heeft de rechter in deze situatie niet beoordeeld. Wel overwoog de rechter de markt voor watersportactiviteiten voor mensen mét en zonder beperkingen niet gelijk is.

Onze dienstverlening

Wenst uw instelling nieuwe opbrengsten te genereren? Overweegt uw organisatie nieuwe diensten of producten aan te bieden om hiermee fondsen te werven? Het is fiscaal van groot belang de juiste doelgroep voor uw producten te definiëren en een correct tarief te hanteren. Over de vraag wat als ‘commercieel tarief’ heeft te gelden (wanneer is het tarief voldoende laag?), ook in relatie tot de overige inkomstencategoriën van een instelling, adviseren wij met regelmaat.

Graag helpen wij uw instelling bij het behouden van de ANBI-status en eventuele andere fiscale vrijstellingen. Voor een vrijblijvend verkennend gesprek, neemt u contact met ons op. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen