31 30 2084100
Bellen

Bestuurdersaansprakelijkheid belastingschulden

14 januari 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Als bestuurder van een rechtspersoon, kun je aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden. Relevant daarbij is wel of de rechtspersoon (bijvoorbeeld een stichting, vereniging of besloten vennootschap) belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting. In verband met deze aansprakelijkheid en de mogelijkheid dit risico te verzekeren, is het voor bestuurders van belang om tijdig te weten of er (al dan niet gedeeltelijk) sprake is van vennootschapsbelastingplicht. Ook om het boeterisico en/of zelfs strafvervolging te voorkomen, is het raadzaam voor bestuurders om te onderzoeken en vast te (laten) leggen waartoe de aansprakelijkheden zich uitstrekken.

Een behoorlijke bestuurder overschrijdt de hem binnen de rechtspersoon toebedeelde bevoegdheden niet. Hij houdt zich aan de statuten en de (bevoegd genomen) besluiten van de organen van de rechtspersoon (bijvoorbeeld Raad van Toezicht, Raad van Commissarissen, Algemene Leden Vergadering of Algemene Vergadering van Aandeelhouders). De bestuurder is tegenover de rechtspersoon aansprakelijk wanneer hij zich niet als behoorlijk bestuurder gedraagt en uit zijn handelen schade voor de rechtspersoon voortvloeit. In zo’n geval kan die bestuurder door het bestuur of door (andere) vertegenwoordigingsbevoegde bestuurders aansprakelijk gesteld worden op deze grond. Dit kan ook achteraf door een opvolgend, nieuw bestuur plaatsvinden. Na een faillissement van de rechtspersoon, kan de bestuurder door de faillissementscurator worden aangesproken voor de schade door onbehoorlijk bestuur.

Decharge

Decharge is kortweg het door de rechtspersoon afstand nemen van een potentiële claim op individuele bestuurders, samenhangend met de door de rechtspersoon geleden schade door verwijtbaar onbehoorlijk bestuur. Bij B.V.’s, N.V.’s en (coöperatieve) verenigingen, wordt aangenomen dat de bevoegdheid om decharge te verlenen ligt bij de Algemene Vergadering van Aandeelhouders of de Algemene Leden Vergadering. Bij een stichting ontbreekt zo’n orgaan, hooguit kan de bevoegdheid tot decharge in de statuten bij een Raad van Toezicht worden neergelegd. De decharge zelf heeft slechts betrekking op de gevolgen van handelingen waarvan het dechargerende orgaan op de hoogte is. Met het oog op de rechtspositie van individuele bestuurders is het raadzaam om statutair te bepalen dat jaarlijks moet worden besloten over het verlenen van decharge.

Bestuursleden kunnen onder omstandigheden ook door derden worden aangesproken voor onrechtmatig handelen tegenover deze derden. Daarnaast kan nog persoonlijke aansprakelijkheid opkomen bij de bestuurders van rechtspersonen die niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven. Tot slot kunnen bestuurders van rechtspersonen ingevolge antimisbruikwetgeving aansprakelijk worden gesteld. Deze antimisbruikwetgeving betreft de Wet Ketenaansprakelijkheid, de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid (WBA) en de Wet Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (WBF) (de beide laatstgenoemde wetten zijn ook van toepassing op stichtingen of verenigingen die onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting). Meer informatie over de onderworpenheid aan vennootschapsbelasting van verenigingen en stichting treft u hier respectievelijk hier. Hierna gaan wij nader in op de antimisbruikwetgeving en de fiscale aspecten daarbij.

De verplichtingen met betrekking tot de inrichting van en publicatie van jaarrekeningen zijn geregeld in het burgerlijk wetboek (titel 9, boek 2). Deze titel is ook van toepassing op de ‘grote’ stichting, dat wil zeggen een stichting met een netto-omzet van € 4,4 miljoen. Dergelijke grote stichtingen zijn als grote rechtspersonen onderworpen aan het jaarrekeningenrecht. Controle door een bevoegde accountant en publicatie in het handelsregister moeten dan plaatsvinden. Mogelijk wordt de publicatieplicht van stichtingen in de toekomst nog verder aangescherpt.

Aansprakelijkheid van een besturende rechtspersoon

In het algemeen treden natuurlijke personen op als bestuurder van rechtspersonen. Dat hoeft echter niet altijd zo te zijn. Ook rechtspersonen kunnen optreden als bestuurder van andere rechtspersonen. Een stichting kan bestuurder zijn van een andere stichting of besloten vennootschap en vice versa. De bedoeling van de WBA en de WBF is om het misbruik van rechtspersonen tegen te gaan en sneller de natuurlijk personen die via en door deze rechtspersonen aan het maatschappelijk verkeer deelnemen, in persoon aansprakelijk te kunnen stellen. Zou dit niet ondervangen zijn, dan zou het ‘tussenschuiven’ van een rechtspersoon als bestuurder de werking van deze wetgeving frustreren. De wet bepaalt dat de aansprakelijkheid van een besturende rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op iedere bestuurder van die besturende rechtspersoon (artikel 2:11 BW). De feitelijk bestuurder kan zich zodoende niet verschuilen achter een andere rechtspersoon waarvan hij bestuurder is, door deze rechtspersoon als bestuurder te laten fungeren van een rechtspersoon die in faillissement komt te verkeren. Dit geldt overigens niet alleen voor de rechtspersoon die bestuurder is van een andere rechtspersoon, maar ook voor een rechtspersoon die bestuurder is van een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een commanditaire vennootschap.

Verzekering tegen aansprakelijkheid

De situaties waarin (voormalige) bestuurders, commissarissen, toezichthouders en beleidsbepalers aansprakelijk worden gesteld, nemen de laatste jaren toe. De risico’s in deze sfeer zijn te verzekeren. De dekking van deze verzekeringen omvat meestal alle verzekerbare aansprakelijkheid die bestuurders, commissarissen en toezichthouders kan treffen. Ook de aansprakelijkheid jegens de rechtspersoon zelf.

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

Fiscaalrechtelijk en civielrechtelijk kunnen bestuurders, buiten faillissement extern aansprakelijk worden gesteld. Maar daarnaast kunnen bestuurders ook nog strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor strafbare feiten gepleegd door de rechtspersoon die ze besturen of bestuurden. De personen die opdracht hebben gegeven tot de strafbare feiten begaan door de rechtspersoon én degenen die hieraan feitelijke leiding hebben gegeven, kunnen worden vervolgd en bestraft.

Onze dienstverlening

VERDER heeft expertise op het gebied van de fiscale regelgeving en het belang daarvan voor de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen, toezichthouders en (mede) beleidsbepalers. Zo bepalen wij regelmatig de vennootschapsbelastingpositie van stichtingen en verenigingen, hetgeen van belang is voor de aansprakelijkheid van het bestuur voor belastingschulden (btw- en loonbelastingschulden incluis). Naast (oud)bestuurders staan wij ook curatoren bij om de fiscale positie van rechtspersonen (in faillissement) te bepalen. Graag gaan we het gesprek met u aan over de aansprakelijkheidsrisico’s en de mogelijkheden deze te beperken. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >