31 30 2084100
Bellen

BPM Belastingteruggave rolstoelbus

23 juli 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

De fiscale wetgeving is complex van samenhang en kent vele regels en uitzonderingen. Eén van de bijzonderheden vinden we terug in de regelgeving voor de teruggave van bepaalde belastingen voor personen- en bestelauto’s. Deze regels zijn neergelegd in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM) en de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB).

In deze beide wetten bestaat enerzijds een teruggaafregeling respectievelijk een verlaagd tarief voor bestelauto’s die zijn ingericht om te worden gebruikt voor het vervoer van een gehandicapte persoon in de cabine en voor het gelijktijdige vervoer van een niet opvouwbare rolstoel. Anderzijds kent de Wet BPM nog een teruggaafregeling voor personenauto’s en bestelauto’s die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband.

Wat opvalt is dat het voor de toepassing van de fiscale tegemoetkomingen lijkt uit te maken of een invalide wordt vervoerd zittend in een (niet opvouwbare) rolstoel. Voordat we dit nader beschouwen echter, bekijken we eerst welk financieel belang met een belastingteruggave BPM gemoeid kan gaan.

Materieel belang teruggaaf BPM

Omdat de aanschaf van een personen- en bestelauto die aangepast moet worden voor het vervoer van invaliden en het terugvragen van de in de prijs begrepen BPM geen dagelijkse bezigheid is, staan we eerst stil bij het financiële belang daarvan.

BPM wordt men kortweg verschuldigd naar aanleiding van de registratie een kenteken. De BPM begrepen in de prijs van een nieuwe personenauto of bestelauto varieert. De BPM wordt bij personenauto’s bepaald naar de relatieve mate waarin deze CO2 uitstoot. Bij bestelauto’s geldt een andere maatstaf gerelateerd aan de netto catalogusprijs. Over de wijze waarop de BPM wordt geheven gaan we hier niet verder in, maar ter illustratie van het heffingsbelang volstaan we met enkele voorbeelden van nieuwe bestelauto’s en de bij de aanschaf daarvan geheven BPM (bedragen afgerond).

Type  Netto catalogusprijs  excl. BTW  excl. BPM  Consumenten prijs 
 Renault Master  (stel) € 20.000 € 4.200 €   7.900 € 32.100
 Volkswegen Transporter (Kombi)  (stel) € 23.900 € 5.100 €   9.300 € 38.300
 Mercedes-Benz Vito  (stel) € 32.000 € 6.800 € 12.400 € 51.200

Teruggaafregeling BPM

Voor de toepassing van de teruggaafregeling BPM voor personen- en bestelauto’s die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband, stelt de Belastingdienst als eis dat alleen het vervoer van personenen zittende in een rolstoel recht kan geven op teruggaaf.

Onduidelijk is waarom voor de ene teruggaafregeling zittend vervoer in de rolstoel zelf is voorgeschreven en voor de andere faciliteit zittend vervoer juist aan de faciliteit in de weg staat. In de praktijk blijkt dat deze tegenstrijdige regelgeving in de branche van het invalidenvervoer voor onbegrip en verwarring zorgt. Een juiste uitleg en invulling van de voorwaarden voor de belastingteruggave heeft echter snel een voldoende groot financieel belang om zich hierover te buigen.

Vereisten teruggaaf BPM bij vervoer rolstoelgebruikers in groepsverband

De regelgeving stelt twee cumulatieve voorwaarden voor teruggaaf:

  • de auto moet zijn ingericht voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband, én
  • de auto moet uitsluitend voor dat vervoer worden gebruikt.

Uitsluitend gebruik
Het Uitvoeringsbesluit bij de Wet BPM stelt als voorwaarde voor de belastingteruggave, dat ‘het motorrijtuig uitsluitend wordt gebruikt in het bedrijfsmatig vervoer van rolstoelgebruikers en hun begeleiders van en naar instellingen die zich de zorg voor gehandicapte personen ten doel stellen’.

Met betrekking tot het gebruik spelen in de praktijk twee vragen:
1. is sprake van ‘vervoer van rolstoelgebruikers’ in de zin van de regelgeving indien de betrokkenen tijdens het vervoer op een gewone autostoel zitten, en
2. is er een grens aan het aantal begeleiders dat mee mag rijden zonder dat de teruggaaf in gevaar komt?

Inrichting
Betreffende de inrichting van ‘rolstoelbussen’, zit het praktische probleem vaak niet in de voorzieningen of bevestigingspunten die zijn aangebracht in de bestelbus, maar in de flexibiliteit van die inrichting (lees: de in- en uitklapbaarheid van de ‘gewone’ autostoelen). Brengt de enkele mogelijkheid dat een bestelbus relatief eenvoudig tot een bestelbus met acht zitplaatsen kan worden omgetoverd met zich mee dat niet voldaan wordt aan de eis van inrichting ‘voor vervoer van rolstoelgebruikers’?

In een recente uitspraak van Hof Amsterdam, komt dit Hof tot het oordeel dat de ‘flexibele inrichting en de multifunctionele inzetbaarheid van de bus’ in de weg staat aan de inrichtingseisen voor een succesvolle belastingteruggave. Het Hof leidt hier kennelijk uit af dat de bestelbus niet is ingericht voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband.

Tegen de uitspraak van Hof Amsterdam is cassatie ingediend en de Hoge Raad moet zich nu over de kwestie buigen. De adviseur van de Hoge Raad (de Advocaat-Generaal of ‘A-G’) die onderzoek heeft gedaan naar dit vraagstuk, adviseert het cassatieberoep gegrond te verklaren en de gevraagde belastingteruggave BPM te verlenen.

  • De A-G meent dat een rolstoelgebruiker een rolstoelgebruiker blijft als hij wordt vervoerd op een gewone (auto)stoel, waarbij de rolstoel wel – al dan niet ingeklapt – afzonderlijk in de bestelbus wordt meegenomen.

Van belang acht zij vooral dat een rolstoelgebruiker met zijn of haar rolstoel van locatie A naar locatie B wordt vervoerd. Bij vervoer van de rolstoelgebruiker, zittend in de rolstoel wordt dit effect zonder meer bereikt, maar dit effect wordt ook bereikt als de rolstoelgebruiker in een gewone (auto)stoel wordt vervoerd en de rolstoel als bagage meegaat. Daarbij komt nog dat het veiliger is als de rolstoelgebruiker gebruik maakt van een gewone stoel met een reguliere autogordel. Het standpunt van de Belastingdienst dat alleen het vervoer van personen zittende in een rolstoel recht kan geven op belastingteruggave BPM lijkt te vereisen dat de exploitant van de bestelbus zijn passagiers-rolstoelgebruikers niet op de meest veilige wijze vervoert om zijn recht op belastingteruggave BPM niet te verspillen.

  • De A-G meent dat voor de vraag of een auto is ‘ingericht’ voor een bepaald doel het gebruik niet doorslaggevend is. Dat er naast de inrichting voor een bepaald doel ook de mogelijkheid zou zijn om acht niet-rolstoelgebruikers te vervoeren doet aan de inrichting voor rolstoelgebruik niet af.

Conclusie

De vraag of er een grens is aan het aantal begeleiders dat mee mag zonder de belastingteruggave BPM in de waagschaal te stellen, is nog niet beantwoord. De door de A-G wel beantwoorde vragen, kunnen de Hoge Raad helpen bij het wijzen van een arrest over deze kwestie. Omdat het aantal begeleiders in een rolstoelbus een vraag van feitelijke aard blijft, voorzien wij dat eventuele toekomstige discussies met de Belastingdienst zich met name op dit punt zullen concentreren.

Onze dienstverlening

VERDER heeft veel fiscale kennis in huis. Juist ook over de bijzondere fiscale regelgeving die bij veel non-profit instellingen een rol kan spelen. Naast vervoers- en taxibedrijven houden ook veel niet winst-beogende stichtingen en zorginstellingen zich immers bezig met het bedrijfsmatige vervoer van rolstoelgebruikers. Wenst u advies om uw specifieke situatie fiscaal optimaal te organiseren? Wij kunnen helpen. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >