31 30 2084100
Bellen

Coöperatie en fiscale aspecten

28 oktober 2012 - mr. Jos van Bavel VERDER NON-PROFIT

De coöperatie

Het gebruik van de coöperatie of de vereniging op coöperatieve grondslag (hierna: coöperatie of coöp) is in opkomst als rechtspersoon voor het drijven van een onderneming. De voornaamste voordelen zijn: de mogelijkheid aansprakelijkheid te beperken, de grote flexibiliteit om afspraken (statutair) vast te leggen, flexibele toe- en uittreding, geen eis aan een minimale kapitaalsinbreng en tot slot natuurlijk het naar buiten treden als één onderneming.

Daarmee is de coöperatie vaak een bruikbaar en gewenst alternatief voor de (nieuwe ‘Flex’) B.V. of andere rechtsvormen. Wij zien de keuze meestal op de coöp vallen in situaties waarin (op commerciële gronden) moet worden samengewerkt, bijvoorbeeld tussen ZZP’ers of instellingen, initiatieven van centrale gezamenlijke inkoop of bij het beheer van vastgoedobjecten. Het doel van de coöp kan bijvoorbeeld bestaan uit het tegen lagere kosten verkrijgen van diensten die de coöperatie-leden nodig hebben voor hun eigen onderneming. Van oudsher werden ook verenigingen van eigenaren (bewoners) wel vormgegeven in een coöp. Overigens niet te verwarren met een woningcorporatie. Succesvolle coöperaties zijn bijvoorbeeld: Rabobank, Univé en FrieslandCampina. De laatste jaren wordt de coöperatie ook steeds vaker als rechtsvorm gekozen in de zorgsector, door vrije beroepsbeoefenaren en door (internationale) beleggingsfondsen.

Fiscaal heeft een keuze voor het gebruik van de coöperatie gevolgen. Graag gaan we daar hierna op in. Het gebruik van een coöperatie in internationale verhoudingen (meestal buiten EU), kan fiscaal voordeel bieden; op die internationale aspecten van de coöp gaan we hier echter niet in. Voordat we de overige fiscale aandachtspunten beschrijven, noemen we kort enkele juridische aspecten van de coöperatie.

Juridische aspecten

De coöperatie is een juridisch bijzondere vorm van de vereniging. Soms met kenmerken van een maatschap, waarin de leden/ondernemers samenwerken voor een bepaald gedeelte van hun ondernemersactiviteiten. Reguliere verenigingen is het verboden om winsten uit te keren aan of te verdelen onder haar leden. De coöp kan wél voorzien in ‘de stoffelijke behoeften van haar leden’ waardoor winstuitkering aan haar leden mogelijk is. Het lidmaatschap van een coöperatie is persoonlijk en daarmee niet standaard overdraagbaar. Als overdraagbaarheid van het lidmaatschap mogelijk moet zijn, kan deze beperking worden voorkomen door hiervoor in de statuten een bijzondere bepaling op te nemen.

Aansprakelijkheid

Omdat de coöperatie een zelfstandige rechtspersoon is, is ze zelf aansprakelijk voor haar handelen. De leden van een coöp zijn in principe niet aansprakelijk voor overeenkomsten of rechtshandelingen die de coöperatie afsluit of verricht. De aansprakelijkheid van leden beperkt zich meestal tot hun inbreng in de coöperatie of storting op de ledenrekening. Over de minimale omvang van het kapitaal van een coöperatie en aansprakelijkheid voor tekorten van de coöperatie bij ontbinding, worden in de statuten afspraken vastgelegd.

Bij samenwerking in de coöperatievorm door beroepsbeoefenaren zoals advocaten of medici kan de aansprakelijkheid anders geregeld zijn: beroepsfouten zijn dan persoonlijk en de aansprakelijkheid daarvoor is niet te beperken door gebruik van een coöperatie. Ook bepaalde fouten van coöperatie-leden kunnen tot aansprakelijkheid leiden. Maar er kunnen bijzondere statutaire bepalingen worden vastgesteld, waarmee de aansprakelijkheid wordt beperkt, zoals: Beperkte Aansprakelijkheid (aansprakelijkheid van leden tot bepaald maximum) en Uitgesloten Aansprakelijkheid (geen verhaaldrecht op de leden). Een op de statuten afgestemde (beroeps)aansprakelijkheidsverzekering is natuurlijk vaak een goed vertrekpunt bij gebruik van de coöp als ondernemingsvorm.

Belastingplicht

Als zelfstandige rechtspersoon, heeft de coöperatie een eigen fiscale positie voor de belangrijkste belastingmiddelen. Zo is de coöp meestal btw-ondernemer, werkgever (inhoudingsplichtige voor de loonheffingen) en vennootschapsbelastingplichtig. Bijzondere fiscale eigenschappen heeft de coöperatie voor de dividendbelasting. De rechtsvorm is soms minder bruikbaar in de ideële sector, bijvoorbeeld omdat ze niet kwalificeert om de fiscale status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) te verkrijgen. Ieder van de leden van een coöperatie behoudt daarnaast zijn eigen fiscale verplichtingen, mede afhankelijk van de eigen rechtsvorm, werkzaamheden en vestigingsplaats. Over behaalde winst betaalt de coöperatie regulier vennootschapsbelasting (Vpb).

Bij het bepalen van de belastbare winst van een coöperatie moet soms onderscheid worden gemaakt tussen ‘eigen winst’ van de coöp en ‘verlengstukwinst’. Verlengstukwinst is dat deel van het exploitatieresultaat van een coöperatie dat toerekenbaar is aan de prestatie van of door haar leden-natuurlijk personen. Verlengstukwinst kan dan aftrekbaar zijn van de ‘eigen winst’ van de coöp en wordt zelfstandig in het (belastbare) resultaat betrokken van de coöp-leden. De coöperatie-leden kunnen zelf onderworpen zijn aan Vpb (geldt bijvoorbeeld bij lid-B.V.’s) of aan inkomstenbelasting (geldt voor het lid-natuurlijk persoon).

Voorkoming dubbele heffing

De toerekening van de verlengstukwinst aan de leden-natuurlijk personen voorkomt dat die winst twee keer met winstbelasting wordt belast (dubbele heffing). De verlengstukwinst voor lid-natuurlijk personen is niet zomaar aftrekbaar van het belastbare resultaat van de coöperatie. Daarvoor moet de winstuitkering (statutair en feitelijk) afhankelijk zijn van het relatieve aandeel van het lid in het totale ledenkapitaal van de coöperatie (naar rato). Keert een coöp meer uit dan haar eigen winst (dus uit vrije reserves of uit ledenkapitaal), dan is het meerdere in ieder geval niet aftrekbaar als verlengstukwinst. De uitkering van verlengstukwinst aan lid-B.V.’s is in beginsel ook niet aftrekbaar. De dubbele heffing van winstbelasting wordt bij die leden voorkomen door de werking van de zogenoemde ‘deelnemingsvrijstelling’. In een besluit is echter geregeld dat winstuitkeringen aan leden-B.V.’s – onder voorwaarden en op verzoek – als uitkering van aftrekbare verlengstukwinst kan worden beschouwd.

De deelnemingsvrijstelling voor B.V.-leden van een coöp geldt opvallend genoeg ook voor participaties in de coöp van minder dan 5% van de lidmaatschapsrechten. De deelnemingsvrijstelling geldt voor die leden namelijk altijd. Voordelen uit hoofde van het lidmaatschap van een coöperatie (dividenduitkeringen) vallen voor deze leden onder de deelnemingsvrijstelling, zodat geen dubbele heffing optreedt. Een coöperatie kan binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting als moedermaatschappij fungeren. Bij een winstuitkering door de coöp aan haar leden, wordt deze regulier niet belast met dividendbelasting (slechts bij fiscaal misbruik van de rechtsvorm van de coöperatie – meestal in internationale verhoudingen – kan dit anders zijn). Vanwege de bijzondere fiscale eigenschappen van de coöperatie, is deze zeer bruikbaar om fiscaal te structureren.

Voor de loonheffingen kan de bijzondere situatie bestaan dat de coöperatie-leden natuurlijk personen tevens werknemer zijn van de coöperatie. Bij leden die werknemer zijn van de coöp worden op de verlengstukwinst loonheffingen ingehouden. Natuurlijke personen die lid zijn van een (consumenten)coöperatie, verantwoorden hun participatie in de coöp regulier in box 3 van de inkomstenbelasting (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen). Hun inkomsten uit werkzaamheden voor de coöperatie worden als loon beschouwd. Over de fiscale behandeling van uitkeringen op de ledenrekening kan bij dergelijke leden wel discussie bestaan met de Belastingdienst (box 1 of box 3). Meestal wordt daarover vooraf afstemming gezocht met de Belastingdienst.

Bij coöperatie-leden natuurlijk personen, kan bij participaties van meer dan 5% in het kapitaal van de coöp, bovendien sprake zijn van een ‘aanmerkelijk belang’. Belastingheffing in de inkomstenbelasting bij die persoon, vindt dan plaats in box 2 over het ‘belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang’. Wanneer het betreffende lid ook in dienstbetrekking is van de coöp, dient hierbij rekening te worden gehouden met de fiscale bepalingen rond het ‘gebruikelijk loon‘ van zo’n persoon. Bij coöperatie leden-ondernemers natuurlijk personen, wordt een uit de coöp ontvangen winstuitkering progressief belast in box 1 en niet naar een vlak tarief van 25% in box 2 (groot koopmansschap en/of rangorderegel).

Conclusie

Omdat de fiscale positie van de leden uiteen kan lopen, vraagt een goede ondernemingsstructuur om tijdig onderzoek naar de wensen en (on)mogelijkheden van de coöp. Daarbij komt dat het optuigen van een coöperatie binnen een bestaande structuur fiscaal soms zeer uitdagend is. De ervaring met de coöp als rechtsvorm bij de Belastingdienst, bij adviseurs en bij notarissen is soms nog beperkt. Fiscale jurisprudentie waaruit blijkt dat de regelgeving rond coöperaties niet eenvoudig is, komt de laatste jaren ook meer voor.

Het gebruik van de coöperatie kan waardevol zijn als alternatief voor de rechtsvorm van uw gezamenlijke onderneming of als onderdeel binnen een concernstructuur. Juist vanwege de goede juridische mogelijkheden de wensen (statutair) vast te leggen en de bijzondere fiscale regels rond van het lidmaatschap en de belastingheffing over de opbrengsten daaruit.

Steeds vaker wordt de coöperatie in Nederland gebruikt bij het vormgeven van samenwerkingsverbanden van bijvoorbeeld vrije beroepsbeoefenaren, instellingen en medici. Het inrichten van flexibiliteit bij een samenwerking (relatief eenvoudige toe- en uittreding), blijven kwalificeren als ondernemer voor de inkomstenbelasting en de mogelijkheid tot het beperken van de aansprakelijkheid zijn positieve kenmerken. Het omzetten van een bestaande rechtsvorm in die van de coöp kan bovendien vaak zonder belastingheffing plaatsvinden. Leden kunnen zowel rechtspersoon als natuurlijk persoon zijn. Dat kan ook beide binnen één coöperatie voorkomen. Ieder van de leden moet daarbij de ‘eigen’ fiscale gevolgen onderkennen, bijvoorbeeld op terrein van dividendbelasting, deelnemingsvrijstelling, aanmerkelijk belang en gebruikelijk loon.

Over VERDER

VERDER heeft ervaring met het inrichten en werken met coöperaties. Graag gaan we hierover (vrijblijvend) een gesprek met u aan. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >