+31 30 2084100
Bellen

Culturele instelling en btw

24 januari 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Culturele instellingen worden geconfronteerd met bijzondere fiscale regelgeving. Zo kent de fiscale wetgeving speciale bepalingen voor de vennootschapsbelastingplicht en heffing van schenk- en erfbelasting bij culturele instellingen. Denk hierbij aan de omvang van de onderneming die een instelling drijft, de culturele ANBI-status of gebruik van de ‘multiplier’ bij aftrekbare giften. Maar ook de btw-regelgeving kent bijzondere bepalingen voor musea, theaters en podia.

 

Btw voor culturele instellingen

De belastingplicht voor de btw is niet afhankelijk van de rechtsvorm waarin een onderneming wordt gedreven. Ook de ANBI-status of vennootschapsbelastingplicht van een organisatie heeft voor de btw geen betekenis. De belastingplichtige voor de btw is ‘ieder die zelfstandig een economische activiteit verricht’, dus ongeacht het oogmerk of resultaat. De belastingplichtige wordt in Nederland als de btw-‘ondernemer’ aangemerkt. Een culturele stichting of vereniging is daarmee btw-ondernemer als zij een economische activiteit verricht. Het begrip economische activiteit is erg ruim en omvat in beginsel alle handelingen binnen het economische verkeer die met een zekere regelmaat tegen een vergoeding worden verricht.

De aanwezigheid van een winststreven is niet doorslaggevend. En daar is het culturele instellingen ook niet primair om te doen. Vanuit btw-optiek is het voldoende om te constateren dat het handelen van een instelling gericht is op het behalen van een opbrengst. Evenals voor de vennootschapsbelasting, kan een instelling voor de omzetbelasting ook gedeeltelijk ondernemer zijn. Binnen een instelling is dan een ondernemersdeel en een niet-ondernemersdeel te onderkennen. In beginsel behoort bijvoorbeeld een zelfstandige activiteit die volledig wordt bekostigd door een onbelastbare subsidie niet tot de btw-omzet van een culturele organisatie. Er wordt dan gesproken over een ‘niet-economische activiteit’.

 

Subsidies

Niet elke subsidie blijft echter onbelast voor de btw. In de praktijk zijn er vele verschillende vormen van subsidies. Daardoor is het niet altijd eenvoudig om vast te stellen of deze belast zijn met btw. Uit de verschenen jurisprudentie zijn wel enkele algemene richtlijnen te herleiden die als basis kunnen dienen om te beoordelen of een subsidie btw-belast is.

Allereerst dient te worden vastgesteld of een subsidie een vergoeding vormt voor een prestatie die jegens de subsidieverstrekker wordt verricht. Er dient dan sprake te zijn van een rechtstreeks verband tussen de verstrekte subsidie en een concrete activiteit. Vervolgens moet worden bepaald of sprake is van eigen gebruik door de subsidieverstrekker of een identificeerbare derde. Als de verrichte tegenprestatie wordt verricht in het kader van het algemene belang (geen individualiseerbaar verbruik), is geen sprake van gebruik en dus niet van een btw-belastbare subsidie.

Voorts wil de omstandigheid dat een subsidie belastbaar is voor de btw nog niet zeggen dat de subsidie dan ook steeds daadwerkelijk belast wordt. Dit is namelijk afhankelijk van de aard van de verrichte activiteit waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Is de verrichte activiteit btw-vrijgesteld, dan blijft btw-heffing over de subsidie achterwege. Geldt voor de verrichte activiteit geen btw-vrijstelling dan kan de ontvangen subsidie ook daadwerkelijk belast worden met btw. Voor meer informatie over de fiscale behandeling van subsidies, leest u elders op onze website.

 

Vrijstellingen

Anders dan bijvoorbeeld voor de vennootschaps- of schenkbelasting, kent de btw geen vrijstellingen op het niveau van de rechtspersoon van de instelling. Enkel aangewezen handelingen kunnen vrijgesteld zijn. Dat heeft twee belangrijke consequenties:

  1. de instelling die vrijgestelde handelingen verricht kwalificeert gewoon als btw-ondernemer;
  2. bij iedere handeling van de instelling zal zelfstandig moeten worden beoordeeld of daarover btw is verschuldigd, zodat niet kan worden gesteld dat een instelling steeds voor al haar handelingen is vrijgesteld.

 

Vrijstelling sociale of culturele activiteiten

Op basis van art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB 1968 zijn bepaalde aangewezen leveringen en diensten van sociale of culturele aard van btw vrijgesteld. Voorwaarde is dat de btw-ondernemer geen winst beoogt en bovendien dat geen ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen optreedt ten opzichte van winst beogende ondernemers. Onder het beogen van winst wordt verstaan dat niet systematisch naar het maken van winst mag worden gestreefd en, als er wel winst wordt gemaakt, die winst moet worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de vrijgestelde handelingen die worden verricht.

Een aantal instellingen is in (de bijlage bij) het uitvoeringsbesluit expliciet aangewezen als btw-vrijgesteld. De leveringen en diensten die deze instellingen als zodanig verrichten, zijn vrijgesteld van btw. Met andere woorden, de vrijstelling geldt alleen voor de leveringen en diensten die uit de statuten of de doelstelling van die instellingen voortvloeien. Instellingen die niet in deze bijlage zijn opgenomen kunnen de Belastingdienst schriftelijk verzoeken te worden aangewezen als een instelling van sociale of culturele aard. Deze mogelijkheid bestaat echter niet voor diensten waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt (vergelijk hierna). De Belastingdienst geeft vervolgens een beschikking af en geeft daarin aan welke handelingen wel en welke niet onder de vrijstelling vallen. De inspecteur kan de beschikking intrekken als de sociale of culturele instelling niet meer aan de voorwaarden voldoet. Als zich wijzigingen voordoen in de aard en samenstelling van de handelingen, zal de instelling dit bovendien op eigen initiatief moeten melden bij de Belastingdienst.

Van de vrijstelling voor sociale of culturele activiteiten is een aantal handelingen uitgezonderd, onder andere het verstrekken van spijzen en dranken, het verrichten van onderzoek, het ter beschikking stellen van personeel en het verzorgen van financiële administraties. Deze uitgezonderde handelingen en eventuele andere handelingen die niet (niet als zodanig verricht) onder de sociale of culturele vrijstelling vallen zijn in beginsel steeds belast met btw. Eventueel geldt daarvoor de hierna te behandelen vrijstelling voor fondswervende activiteiten.

 

Vrijstelling voor fondswervende activiteiten

Leveringen en diensten van bijkomstige aard door onder andere instellingen van sociale of culturele aard zijn vrijgesteld van btw, voor zover die leveringen en diensten voortvloeien uit activiteiten ter verkrijging van financiële steun voor de vrijgestelde activiteiten van deze organisaties. Denk hierbij aan kantine-activiteiten, sponsoring of entreegelden voor een wedstrijd of (sociaal / cultureel) evenement. Met deze vrijstelling wordt voorkomen dat deze instellingen vanwege de bijkomstige activiteiten toch worden betrokken in de heffing van omzetbelasting. Meer informatie over de btw-vrijstelling bij fondswervende activiteiten treft u hier.

 

Verlaagd btw-tarief voor culturele activiteiten

Een andere vorm van stimulering van bepaalde culturele activiteiten is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6%. Het verlaagde btw-tarief geldt voor het verlenen van toegang tot:

  1. openbare musea of verzamelingen, daaronder begrepen nauw daarmee samenhangende
  2. leveringen van goederen, zoals catalogi, foto’s en fotokopieën;
  3. muziekuitvoeringen en toneeluitvoeringen, daaronder begrepen opera’s, operettes, dansen, pantomimes, revues, musicals en cabarets, alsmede lezingen;
  4. bioscopen;
  5. sportwedstrijden, sportdemonstraties en dergelijke;
  6. circussen;
  7. dierentuinen;
  8. attractieparken, speel- en siertuinen, en andere dergelijke primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorzieningen.

Daarnaast geldt het verlaagde btw-tarief bijvoorbeeld voor optredens door uitvoerende kunstenaars, bij invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten en de verhuur van kunst door de kunstenaar.

 

Aftrek van voorbelasting

De paradox in de btw zit in het recht op aftrek van de btw op kosten en investeringen (de btw-voorbelasting). Toepassing van een btw-vrijstelling sluit de mogelijkheid uit tot aftrek van de btw die andere ondernemers aan de instelling in rekening brengen. De btw op kosten en investeringen kan namelijk slechts in aftrek worden gebracht voor zover die kosten en investeringen worden gebruikt voor btw-belaste activiteiten. Het uitgangspunt bij de aftrek van btw-voorbelasting is dat de ondernemer de btw op ontvangen facturen toerekent aan zijn activiteiten. De voorbelasting die direct aan btw-belaste activiteiten kan worden toegerekend, kan volledig in aftrek worden gebracht.

Zien de gemaakte kosten en investeringen echter op vrijgestelde activiteiten, dan is de btw-voorbelasting niet aftrekbaar. De voorbelasting die is toe te rekenen aan (zelfstandige) niet-economische activiteiten kan in beginsel ook niet worden afgetrokken. Er zijn ook kosten en investeringen die niet kunnen worden toegerekend aan belaste of vrijgestelde activiteiten (gemengde kosten). Denk hierbij aan kosten voor kantoor, de accountant, computers, onderhoud, schoonmaak, gas, water en elektriciteit. Deze kosten moeten naar rato worden toegerekend aan de btw-belaste en btw-vrijgestelde activiteiten. De hoofdregel hierbij is dat de kostentoerekening aan de hand van de omzet plaatsvindt. Recht op aftrek van btw-voorbelasting bestaat dan in de verhouding btw-belaste omzet/totale omzet. Als de omzetverhouding niet aansluit bij het werkelijk gebruik, mag de aftrek ook worden bepaald op basis van andere criteria die dat werkelijk gebruik beter benaderen. Zo kan bijvoorbeeld bij onroerende zaken een verdeling op basis van vierkante meters worden toegepast en gunstig uitvallen.

 

Onze dienstverlening

VERDER heeft expertise met betrekking tot de fiscale regelgeving voor culturele instellingen. Graag gaan wij over de toepassing van deze regels een gesprek aan met uw instelling. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen