+31 30 2084100
Bellen

Dividenduitkering

26 februari 2013 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Dividenduitkering en dividendbelasting

De heffing van dividendbelasting lijkt niet meer zo van belang in puur nationale verhoudingen. Zowel in situaties waarin een deelneming wordt gehouden, bij aanmerkelijk belang-belangen en bij box 3-beleggingen. Toch is de heffing van dividendbelasting bepaald niet afgeschaft en blijft deze een rol spelen. Soms ook met een groot materieel belang, soms met vooral formele aandachtspunten en boeterisico’s. Naar onze ervaring wordt de impact van dividendbelasting en de regelgeving daarbij onderschat, vooral in nationale situaties waarin niet-vennootschapsbelastingplichtige verenigingen of stichtingen een belang houden in een (dochter)vennootschap.

Particulieren

Voor de particuliere belegger is aan de feitelijke belastbaarheid van dividend een einde gekomen met de invoering van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. De dividendbelasting blijft een voorheffing op de heffing van inkomstenbelasting.

Voorbeeld
Bij een dividendrendement van 4%, bedraagt de effectieve dividendbelasting 0,6% (15% over 4% dividendrendement in dit voorbeeld) terwijl de vermogensrendementsheffing in box 3 effectief 1,2% bedraagt (30% over 4% fictief rendement). Zonder rekening te houden met de vrijstellingsdrempels in box 3, zal in deze situatie dus inkomstenbelasting moeten worden bijbetaald over het vermogen in box 3. Is het effectieve dividendrendement bijvoorbeeld 10%, dan is de dividendbelasting ad 1,5% hoger dan het bedrag van de fictieve vermogensrendementsheffing (1,2%), zodat de verrekenbare dividendbelasting tot een teruggave van inkomstenbelasting leidt. Bij financiering van de aandelenportefeuille met geleend geld, leidt een contant dividend snel tot een hogere bedrag aan teruggaaf van dividendbelasting dan de verschuldigde vermogensrendementsheffing.

Verrekening dividendbelasting
De Nederlandse dividendbelasting is rechtstreeks verrekenbaar. De buitenlandse bronbelasting op dividenden (dividendbelasting), royalty’s of rente is verrekenbaar volgens de regels die in een concrete situatie gelden ter voorkoming van heffing dubbele belasting.

Niet verrekenbaar is de dividendbelasting over dividenden ontvangen op een lijfrentespaarrekening, een lijfrentebeleggingsrecht, een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning. Hetzelfde geldt voor kapitaalverzekeringen of beleggingslijfrentes. De idee is daarbij dat de financiële instellingen die deze producten beheren en aanbieden het rendement zelf verrekenen en vergoeden in het rendement op het beleg- of spaarproduct.

Rechtspersonen

In Nederland gevestigde rechtspersonen hebben in beginsel en onder voorwaarden recht op teruggaaf van dividendbelasting. Uitzonderingen en bijzondere regels hierbij gelden bijvoorbeeld voor de fiscaal gefacilieerde ‘vrijgestelde’ beleggingsinstelling, de ‘fiscale’ beleggingsinstelling en de coöperatieve vereniging of coöperatie.

De dividendbelasting is fiscaal vooral van belang in internationale situaties. Om heffing van dividendbelasting te vermijden werd gebruikgemaakt van constructies, waarbij het dividend werd toegespeeld aan een partij die de dividendbelasting kon verrekenen (dividendstripping). Om dividendstripping tegen te gaan, wordt voor de verrekening van dividendbelasting de eis gesteld dat de ontvanger van het dividend ook de uiteindelijk gerechtigde is. De ontvanger van het dividend wordt niet aangemerkt als uiteindelijk gerechtigde als het dividend door middel van een tegenprestatie (gedeeltelijk) ten goede is gekomen aan een ander. Er moet dus worden gedacht aan situaties waarin aandeelhouders hun dividendrechten hebben overgedragen, terwijl zijn hun aandeelhouderspositie (in)direct hebben behouden of na dividenddatum opnieuw verkrijgen. Of bijvoorbeeld de vestiging van kortlopende genotsrechten op aandelen. In de praktijk is het voor de Belastingdienst vaak nog een hele opgaaf om dergelijk misbruik te bewijzen.

Daarbij is het overigens niet zo dat als de verrekening, vermindering of teruggaaf van dividendbelasting aan de juridische eigenaar van aandelen wordt onthouden, de uiteindelijk gerechtigde (de economisch eigenaar) hiertoe wordt gerechtigd.

Indien achteraf blijkt dat van dividendstripping sprake is geweest, zal de Belastingdienst een naheffingsaanslag dividendbelasting opleggen bij de dividend uitkerende vennootschap. Deze kan overigens te goeder trouw zijn geweest. De vennootschap zal de nageheven dividendbelasting vervolgens moeten verhalen op de ontvanger van het dividend. Mogelijk via een civielrechtelijke procedure. Hiervoor zal wellicht een civielrechtelijke procedure nodig zijn.

Inhoudingsplicht dividendbelasting

In Nederland gevestigde besloten en naamloze vennootschappen, open commanditaire vennootschappen en andere vennootschappen met in aandelen verdeeld kapitaal, maar ook fondsen voor gemene rekening en in misbruiksituaties ook coöperaties, kunnen inhoudingsplichtig zijn bij dividenduitkeringen. Zij moeten de dividendbelasting inhouden op de opbrengst uit de door de eigenaren gehouden aandelen, winstbewijzen, participaties of soms zelfs geldleningen. De opbrengst kan daarbij bestaan uit onmiddelijke of middelijke winstuitdelingen, onder welke naam of vorm ook (bijvoorbeeld ook in de vorm van inkoop van aandelen, bij liquidatie-uitkeringen of niet in geld genoten opbrengsten).

Uitreiking dividendnota bij dividenduitkering

Bij uitkering van dividend is de uitreiking van een dividendnota in beginsel verplicht. Dit mag tegenwoordig ook digitaal plaatsvinden. Bij het – ongeoorloofd – niet voldoen aan de verplichting om een dividendnota uit te reiken, kan de Belastingdienst een boete opleggen. Een dividendnota kan echter in enkele situaties achterwege blijven: bij dividenduitkeringen aan directeuren groot-aandeelhouders en indien het dividend is vrijgesteld van dividendbelasting (bijvoorbeeld op grond van de deelnemingsvrijstelling of een fiscale eenheid vennootschapsbelasting). Bij vennootschappen die worden gehouden door niet-vennootschapsbelastingplichtige stichtingen en verenigingen is het belang van correcte dividendnota’s dus onverminderd aanwezig.

Inhoud dividendnota

Een dividendnota dient ten minste de volgende informatie te bevatten:

  • de naam en het adres van de dividend uitkerende vennootschap;
  • de naam en het adres van de aandeelhouder;
  • de dag waarop het dividend ter beschikking is gesteld;
  • de omschrijving en het bedrag van het dividend;
  • de ingehouden dividendbelasting.

Onze dienstverlening

VERDER heeft expertise op het gebied van de (formele) fiscale regels rond dividenduitkeringen en de mogelijkheden tot teruggaaf van dividendbelasting. In nationale verhoudingen zijn vooral die situaties bijzonder waarin aandeelhouders niet belastingplichtig zijn, zij een bijzonder fiscaal regime of rechtsvorm hebben, dat er een bijzonder fiscaal regime of rechtsvorm bij de uitkerende onderneming speelt of dat de te belasten opbrengst een afwijkende vorm heeft. Graag informeren wij u over de fiscale regelgeving bij dividenduitkeringen, de mogelijkheden tot teruggaaf van dividendbelasting en gaan we hierover een gesprek met u aan. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen