31 30 2084100
Bellen

Fiscale kwalificatie van doelvermogens

13 juli 2015 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

In onze fiscale adviespraktijk komen we regelmatig doelvermogens tegen (met name stichtingen en aanverwante buitenlandse rechtsvormen) die door de Belastingdienst als transparant worden aangemerkt. De Belastingdienst negeert het bestaan van de rechtspersoon dan voor fiscale doeleinden en rekent de vermogensbestanddelen van de stichting toe aan haar bestuursleden, instellers of anderszins betrokkenen. De idee daarbij is dat de rechtspersoon dan in zo’n overwegende mate het particuliere doel van die achterliggende personen dient, dat aan het fiscale zelfstandige bestaan geen eigen belang toekomt (‘transparence fiscale’).

Als een stichting kwalificeert als algemeen nut beogende instelling (ANBI), wordt het algemeen nut gediend. Uiteraard kan dan van fiscale transparantie geen sprake zijn. Als een stichting niet voor rangschikking als ANBI in aanmerking komt, rijst de vraag of zo’n stichting wel kwalificeert als een van de andere doelvermogens, zoals de sociaal belang behartigende instelling (SBBI).

De parlementaire geschiedenis bij de introductie van een regeling voor Afgezonderd Particulier Vermogen (APV) laat vier categorieën doelvermogens zien: APV’s, SBBI’s, ANBI’s en een restcategorie: ‘overige doelvermogens’.

SBBI

De twee eerstgenoemde doelvermogens hebben gemeen dat ze zich richten op de behartiging van particuliere belangen. SBBI’s vervullen tegelijkertijd een belangrijke rol in de maatschappij, de instelling moet activiteiten voor en met mensen ontplooien waaraan een grote maatschappelijke waarde kan worden toegekend omdat zij een belangrijke bijdrage leveren aan een gezonde en veerkrachtige samenleving en de sociale cohesie bevorderen.

Uit de wet volgen de volgende vereisten om als SBBI te kwalificeren:

  • uit de regelgeving van de instelling blijkt dat de instelling het sociaal belang behartigt;
  • de feitelijke werkzaamheden van de instelling komen overeen met de doelstelling;
  • de instelling is niet aan een winstbelasting onderworpen dan wel is daarvan vrijgesteld;
  • de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt, ontvangen ter zake van de door hen in die hoedanigheid voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld;
  • de instelling is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, op Curaçao, Sint Maarten, de BES eilanden, op Aruba of in een bij ministeriële regeling aangewezen mogendheid; en
  • aan de verkrijging is niet een opdracht verbonden welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het sociaal belang. Voor meer informatie over SBBI’s zie hier.

APV

APV’s bevorderen vaak het particuliere belang van de inbrenger en/of zijn naaste verwanten, bijvoorbeeld ‘familiestichtingen’. In de inkomstenbelastingwetgeving wordt een APV gedefinieerd als een afgezonderd particulier vermogen waarmee meer dan bijkomstig een particulier belang wordt beoogd, tenzij tegenover de afzondering van dit vermogen een uitreiking van aandelen, winstbewijzen, lidmaatschapsrechten, bewijzen van deelgerechtigdheid of daarmee vergelijkbare rechten heeft plaatsgevonden, of een economische deelgerechtigdheid is ontstaan. Een stichting administratiekantoor (STAK) valt daarmee dus niet onder deze regeling. Als sprake is van een SBBI is ook uitdrukkelijk uitgesloten dat sprake kan zijn van een APV.

Onder de term ‘meer dan bijkomstig’ wordt afhankelijk van de feiten en omstandigheden in de praktijk 10 tot 15 procent verstaan. Voor de vraag of een stichting als SBBI of APV kwalificeert, moet dus eerst gekeken worden of het voor de SBBI-status in aanmerking komt. Als bijvoorbeeld de feitelijke werkzaamheden van een instelling niet overeenkomen met de doelstelling, het particuliere belang van een besloten groep personen wordt beoogd of als sprake is van vennootschapsbelastingplicht, dan is van een SBBI geen sprake. De stichting lijkt dan als APV te kwalificeren. Meer dan bijkomstig wordt dan vaak het particuliere belang beoogd. Toch zijn situatie denkbaar die niet passen in de wettelijke definitie van APV, SBBI of ANBI.

ANBI

De fiscale erkenning als ANBI vereist dat de Belastingdienst daartoe, op verzoek van de instelling, een beschikking afgeeft. Eerder kan van een ANBI-status geen sprake zijn. Meer informatie aan de eisen die aan als ANBI kwalificerende doelvermogens worden gesteld, treft u hier.

Overige doelvermogens

De diversiteit en vorm waarin doelvermogens in Nederland voorkomen is groot. Daarmee kan de fiscale kwalificatie van deze doelvermogens ook niet altijd eenvoudig plaatsvinden. Hiervoor hebben wij enig inzicht gegeven in de wettelijke kaders die bij de fiscale kwalificatie van stichtingen en vergelijkbare doelvermogens een rol spelen.

VERDER heeft veel expertise over de fiscale positie van doelvermogens. Bijvoorbeeld over stichtingen, in gebruik ofwel ten algemene nutte ofwel (deels ook) voor particuliere doeleinden. Graag komen we met u in gesprek over het gebruik van een doelvermogen in het kader van uw doelstellingen. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen