+31 30 2084100
Bellen

Aangekondigd: modernisering ‘kleineondernemersregeling’ in de btw

11 april 2018 - Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

De huidige kleineondernemersregeling (hierna: KOR) in de Wet op de omzetbelasting 1968, biedt kwalificerende ‘kleine ondernemers’ diverse voordelen. De regeling kent echter ook steeds meer nadelen, waardoor de wetgever aanleiding ziet tot modernisering van de wetgeving.

In een wetsvoorstel – dat nog tot 1 mei 2018 voorligt ter internetconsultatie – wordt de KOR vervangen door de introductie van een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting (hierna: OVOB). De modernisering creëert een regeling die beter aansluit bij het doel van de KOR: een vereenvoudigde vrijstellingsregeling voor kleine ondernemers, ongeacht hun rechtsvorm, om daarmee administratieve lasten te verlichten. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2020.

Hoewel het wetsvoorstel naar verwachting nog aan wijzigingen onderhevig zal zijn, voorzien wij toch een groot praktisch belang. Met name veel (kleine) non-profit instellingen die momenteel geen beroep kunnen doen op de KOR, zullen naar verwachting uit de OVOB wel voordeel kunnen genieten.

Huidige regelgeving: doelgroep en werking

De huidige doelgroep voor de KOR betreft kortweg ondernemers, natuurlijk personen die op jaarbasis minder dan € 1.883 aan btw zijn verschuldigd en veelal een geringe omzet hebben. In 2015 maakten van deze regeling circa 430.000 ondernemers gebruik.

De KOR biedt de doelgroep twee voordelen: een degressieve vermindering van verschuldigde btw en een mogelijkheid tot ontheffing van administratieve verplichtingen. Kleine ondernemers worden daarmee ontzien van (administratieve) verplichtingen, die samenhangen met het btw-ondernemerschap. Ze krijgen bovendien de mogelijkheid om geleidelijk over te gaan naar de volledig btw-belaste ondernemerssfeer met bijbehorende verplichtingen.

Een in Nederland gevestigde ondernemer die op jaarbasis, na aftrek van voorbelasting, niet meer dan € 1.883 aan btw is verschuldigd, maakt aanspraak op een degressieve vermindering van de te betalen btw. Deze vermindering bedraagt maximaal de per saldo verschuldigde btw en kan dus nimmer resulteren in een hogere vermindering dan het bedrag van de btw.

Op basis van het tweede onderdeel van de KOR kan een ondernemer, die op basis van de regeling per saldo geen btw verschuldigd is, de inspecteur verzoeken om ontheffing van administratieve en factureringsverplichtingen. Dit bespaart menig kleine ondernemer derhalve in ieder geval de moeite en kosten van het periodiek (laten) verzorgen van een btw-aangifte.

In 2015 opteerden circa 200.000 ondernemers voor de ontheffing van administratieve verplichtingen (denk daarbij aan nevenfuncties, bijverdiensten, commissariaten, et cetera). Naar schatting circa 230.000 ondernemers kwalificeerden niet voor de ontheffing, maar genoten wel het degressieve voordeel van verminderde btw-heffing.

Nadelen KOR

De KOR kent momenteel drie belangrijke nadelen:

  • Hoge administratieve lasten;
  • Weinig flexibel;
  • Te ruime doelgroep.

Hoge administratieve lasten
De KOR kent relatief hoge administratieve lasten voor ondernemers en ook sterk toenemende uitvoeringslasten voor de Belastingdienst. Ten gevolge van de voorwaarden bij de KOR, de degressieve vermindering van btw-heffing, de praktijk van kwartaalaangiften en een complex proces met voorlopige en definitieve teruggaven ontstaat vanzelf een hoog foutengehalte in de toepassing van de huidige regelgeving.

Zo kunnen bijbetalingen of teruggaven van btw, die zien op eerdere jaren of het gevolg zijn van commerciële prijscorrecties na afloop van een jaar, leiden tot een herberekening van de vermindering. Gevolg hierbij kan wel zijn dat ondernemers met een ontheffing van administratieve en factureringsverplichtingen alsnog aangifte btw moeten doen en de volledige (administratieve) verplichtingen uit de wetgeving moeten naleven. Extra complicerend is daarbij dat alle KOR-bedragen per jaar gelden, terwijl in de regel elk kwartaal btw-aangifte moet worden gedaan.

Voorts zijn er de afgelopen tien jaar bovendien ruim 500.000 btw-plichtige ondernemers bijgekomen. Denk daarbij alleen al aan de ruim 200.000 particuliere eigenaren van zonnepanelen die de KOR eind 2017 toepassen. De sterke toename van dit aantal (kleine) ondernemers leidt tot steeds hogere uitvoeringskosten voor de Belastingdienst, terwijl het heffingsbelang voor schatkist beperkt blijft.

Weinig flexibel
De btw wordt in Nederland geheven op grond van nationale wetgeving. Nederland heeft zich echter binnen Europa gecommitteerd aan een gemeenschappelijke richtlijn voor de omzetbelasting, waardoor weinig ruimte bestaat om nationaal van de bepalingen in de richtlijn af te wijken. Nederland past de KOR daarbij toe op grond van een zogeheten ‘stand still-bepaling’. Uit hoofde van deze bepaling is het in Nederland niet toegestaan om de voorwaarden voor de KOR gunstiger te maken of de bovengrens van € 1.883 te verhogen. Ook mag Nederland haar eerdere keuze voor een toepassingsbereik beperkt tot natuurlijke personen niet herzien ten gunste van rechtspersonen, zoals besloten vennootschappen, stichtingen en verenigingen. Deze niet rechtsvormneutrale vormgeving past niet in het streven van de overheid naar een gelijk fiscaal speelveld.

Juist een groot deel van de actieve non-profit instellingen in Nederland (verenigingen en stichtingen) kennen een geringe omzet; voor hen is de toepassing van de KOR nu niet mogelijk. Toepassing van de OVOB zou voor hen een forse verlichting van fiscale en administratieve verplichtingen kunnen betekenen. Voorts kan dit naar onze mening bij veel stichtingen en verenigingen die tot dusverre periodiek geen btw-aangifte verzorgen tot een vermindering leiden van de (latente) btw-risico’s.

Te ruime doelgroep
Tot slot schiet de KOR nu soms haar doel voorbij. Anders dan bij de invoering van de KOR werd voorzien, kunnen inmiddels ook ondernemers met hoge omzetten, maar met een laag bedrag aan verschuldigde btw, gebruik maken van de KOR. De regeling wordt daardoor niet slechts toegepast door de primaire doelgroep: ondernemers met een geringe omzet. Ook ondernemers die veel goederen exporteren tegen 0% btw-tarief of ondernemers met veel btw voorbelasting passen de KOR toe. Deze groepen kunnen de KOR toepassen tot een veel hogere omzetgrens dan ondernemers met prestaties in het algemene btw-tarief en met weinig voorbelasting. De KOR sluit daardoor niet goed meer aan bij de origineel beoogde doelgroep. De OVOB moet deze bezwaren wegnemen.

Introductie van de OVOB

De KOR wordt gemoderniseerd door de introductie van een facultatieve omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting, oftewel de OVOB. De OVOB gaat een omzetgrens kennen en beoogt de btw-heffing bij ondernemers met een geringe omzet een stuk eenvoudiger te maken. De complexiteit wordt verminderd en ook de kans op fouten gaat naar verwachting afnemen.

Met de OVOB kunnen ondernemers, evenals nu met de KOR, zelf bepalen of zij gebruik willen maken van deze regeling. Er blijft dus sprake van een optioneel systeem. De kern van de OVOB blijft dat een ondernemer, die onder de omzetgrens blijft en ervoor kiest om de OVOB toe te passen, géén btw in rekening brengt aan zijn afnemers.

Daar staat tegenover dat hij de btw die andere ondernemers aan hem in rekening brengen niet op de btw-aangifte in aftrek kan brengen. Ondernemers die voor toepassing van de OVOB kiezen, zijn als hoofdregel immers ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen met betrekking tot de door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland. Dit geldt ook voor intracommunautaire leveringen die deze ondernemer verricht, waarbij de plaats van levering in Nederland ligt. De ondernemers die de OVOB niet (kunnen) toepassen, blijven op reguliere wijze btw-aangifte verzorgen. De bestaande mogelijkheid tot het doen van een btw-jaaraangifte komt te vervallen.

In vergelijking tot de KOR wordt het toepassingsbereik van de OVOB ruimer. Ook rechtspersonen kunnen straks van de OVOB gebruik gaan maken; wij verwachten dat de keuze om de OVOB toe te passen met name voor veel stichtingen en verenigingen met beperkte omzet een verbetering kan inhouden voor de fiscale positie.

Hoewel de jaarlijkse omzetgrens van de OVOB nog niet bekend is, mag worden verwacht dat deze relatief laag zal blijven. Een (te) groot concurrentieverstorend effect met btw-belaste ondernemers blijft daarbij te voorkomen. In de ons omringende lidstaten gelden omzetgrenzen van € 17.500 (Duitsland), € 25.000 (België), € 30.000 (Luxemburg) oplopend tot circa € 95.000 in het Verenigd Koninkrijk. Laten we het Verenigd Koninkrijk daarbij buiten beschouwing (lees: vanwege de Brexit), dan is deze gemiddeld € 26.000. Naar verwachting zal Nederland een omzetgrens introduceren die hiermee in lijn blijft. Indien nodig zal deze omzetgrens overigens wel aangepast kunnen worden, zodat een van de nadelen van de huidige KOR niet ook op termijn voor de OVOB gaat gelden.

De keuze voor toepassing van de OVOB geldt – net als bij de KOR – in beginsel voor onbepaalde tijd. Vanwege het facultatieve karakter van de regeling kunnen ondernemers hun keuze echter herzien. De wetgever vindt het daarbij niet gewenst als ondernemers strategisch gedrag gaan vertonen door bijvoorbeeld per aangiftetijdvak of investering te kiezen voor toepassing van de OVOB. Om dergelijk gedrag te voorkomen, voorziet de wetgeving in een bezinningsperiode: de vrijstelling kan slechts vrijwillig worden opgegeven nadat deze ten minste drie jaar is toegepast. Voorts kan de ondernemer ook daarna pas weer ten vroegste na drie jaren in aanmerking komen voor de hernieuwde toepassing van de OVOB.

Anders dan de KOR is de omzet per kalenderjaar kritisch voor de OVOB; de per saldo verschuldigde btw is dus niet langer relevant. Ook wijzigt de positie van de ondernemer voor toepassing van de OVOB ten opzichte van de KOR van een btw-belaste positie met belastingvermindering naar een btw-vrijgestelde positie. De financiële gevolgen van de keuze voor de OVOB hangt sterk af van de huidige btw-positie, de verhouding tussen gegenereerde omzet, de toegevoegde waarde van de prestaties (arbeidsintensiteit) en het toe te passen btw-tarief.

Opteren voor OVOB, sfeerovergang en advies

Indien de wetgeving volgens plan wordt gewijzigd, dan kan de ondernemer die in 2020 verwacht de ‘OVOB-omzetgrens’ (exclusief btw) voor dat jaar niet te overschrijden de nieuwe vrijstellingsregeling toepassen vanaf 1 januari 2020.

De keuze voor toepassing van de OVOB moet aan de Belastingdienst worden medegedeeld op een voorgeschreven wijze. De keuze kan naar verwachting al vanaf 1 juni 2019 worden gemeld, doch uiterlijk 20 november 2019. Wordt de keuze voor toepassing van de OVOB later dan 20 november 2019 gemeld, dan geldt de OVOB niet vanaf 1 januari 2020. De ondernemer is dan regulier onderworpen aan btw-regelgeving en de OVOB is op z’n vroegst toepasbaar met ingang van 1 april 2020.

De OVOB kan nooit met terugwerkende kracht worden toegepast. Na 1 januari 2020 gaat voor toepassing van de OVOB een meldingstermijn van vier weken gelden voorafgaand aan het aangiftetijdvak waarin de OVOB wordt toegepast.

Voorbeelden
1) Een ondernemer doet op 13 augustus 2019 melding dat hij de OVOB toepast. De OVOB kan worden toegepast vanaf 1 januari 2020.

2) Een ondernemer doet op 17 december 2019 melding dat hij de OVOB toepast. De OVOB kan worden toegepast vanaf 1 april 2020. Voor het eerste kwartaal van 2020 gelden de normale btw-regels.

3) Een ondernemer doet op 2 maart 2020 melding dat hij de OVOB toepast. De OVOB kan worden toegepast vanaf 1 april 2020. Voor het eerste kwartaal van 2020 gelden de normale btw-regels.

4) Een ondernemer doet op 21 maart 2020 melding dat hij de OVOB toepast. De OVOB kan worden toegepast vanaf 1 juli 2020. Voor het eerste en tweede kwartaal van 2020 gelden de normale btw-regels.

Of de keuze voor toepassing van de OVOB opportuun is en (financieel) voordeel biedt aan organisaties en instellingen, is van diverse factoren afhankelijk. Ook de aard van de afnemers van de prestaties is daarbij te betrekken. Zo zullen ondernemers die regulier prestaties leveren aan aftrekgerechtigde ondernemers meestal geen gebruik maken van de OVOB.

Wij verwachten dat met name veel stichtingen en verenigingen voordeel kunnen genieten uit de OVOB. Zéker als deze met hun primaire activiteiten niet actief zijn in reeds btw-vrijgestelde sectoren, zoals onderwijs- en zorginstellingen. Toepassing van de OVOB kan daardoor voor bijvoorbeeld kleine fondswervende instellingen, charitatieve en ideële organisaties (ANBI’s) uitkomst bieden.

Óf en zo ja hoe toepassing van de OVOB voor ondernemers, instellingen en organisaties uitkomst gaat bieden, blijft een vraag die slechts beantwoord kan worden in een passend advies. Wij kijken daarbij graag verder dan enkel de omzetbelasting en bezien de bredere fiscale positie van een ondernemer en/of een organisatie.

Onze dienstverlening

VERDER heeft een ruime ervaring met en veel expertise over fiscale wet- en regelgeving. Met name ook voor non-profit instellingen. Over de fiscale gevolgen en kansen van de OVOB voor ondernemers en instellingen gaan wij graag het gesprek aan.

VERDER verleent fiscale en accountancy-diensten aan ondernemers, bedrijven en organisaties. Veel van onze relaties zijn actief in btw-vrijgestelde sectoren of hebben anderszins belang bij toepassing van fiscale vrijstellingen. Bij de inrichting en het bewaken van de fiscale positie van ondernemingen en organisaties is VERDER met regelmaat betrokken. Wij informeren u graag nader over de aandachtspunten bij de OVOB.


Contact

Voor vragen over de toepassing van de KOR en OVOB, neemt u eenvoudig contact met ons op. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

 

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen