31 30 2084100
Bellen

Nederland ‘repareert’ fiscale eenheid vennootschapsbelasting

14 maart 2018 - VERDER - PROFIT

Op 22 februari 2018 heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) in twee zaken uitspraak gedaan over de verenigbaarheid van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) met de ‘vrijheid van vestiging’ die voortvloeit uit het EU-recht. Het eerdere advies van de advocaat-generaal (A-G) aan het HvJ EU is daarbij gevolgd door dit Hof.

Een belangrijk gevolg van één van de uitspraken, is dat daarmee vaststaat dat de Nederlandse fiscale wetgeving op het terrein van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (op onderdelen) in strijd is met EU-recht. Omdat deze uitspraak van het HvJ EU niet geheel als verrassing kwam, had het Nederlandse kabinet al spoedreparatiemaatregelen aangekondigd in 2017, welke terugwerkende kracht moeten krijgen naar 25 oktober 2017, 11:00u – het tijdstip waarop het advies van de A-G gepubliceerd werd. Met de spoedreparatiemaatregelen voorkomt het kabinet de meest acute budgettaire problemen voor de schatkist.

Fiscale eenheid

Bij een fiscale eenheid op grond van de Wet Vpb 1969 wordt kortgezegd een groep vennootschapsbelastingplichtigen, bestaande uit een moedermaatschappij en een of meer dochtermaatschappijen, onder voorwaarden belast alsof er één belastingplichtige is. De werkzaamheden en het vermogen van een dochtermaatschappij worden toegerekend aan de moedermaatschappij. De moedermaatschappij verzorgt vervolgens één (gezamenlijke) aangifte vennootschapsbelasting namens de fiscale eenheid. Om een fiscale eenheid te kunnen vormen is vereist dat de maatschappijen (lichamen) die daarvan deel willen uitmaken, feitelijk in Nederland zijn gevestigd of een vaste inrichting in Nederland hebben. Dat betekent dat in het buitenland gevestigde lichamen zonder vaste inrichting in Nederland geen deel kunnen uitmaken van een fiscale eenheid.

In de zaken waarover het HvJ EU zich moest buigen, ging het om de kernvraag of belastingplichtigen, ondanks dat zij geen fiscale eenheid kunnen aangaan met hun buitenlandse dochters, wel in aanmerking komen voor de voordelen van afzonderlijke elementen van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime alsof wel een fiscale eenheid met die buitenlandse dochters is aangegaan (de zogenoemde ‘per-element’ benadering)? De A-G en het HvJ EU concluderen dat deze per-elementbenadering inderdaad is toegestaan; bij vele belastingplichtigen moet hierdoor alsnog renteaftrek worden toegestaan ten laste van de Nederlandse heffingsgrondslag.

Keuze kabinet

Het kabinet wenst dit budgettaire gevolg niet te dragen en ‘repareert’ deze jurisprudentie dus met terugwerkende kracht. Het kabinet had het ongerechtvaardigde nadeel voor buitenlandse maatschappijen uiteraard ook kunnen repareren door hen hetzelfde voordeel te bieden als dat – tot 25 oktober 2017 – toekwam aan binnenlandse (van een fiscale eenheid) deel uitmakende maatschappijen. Het kabinet maakt echter een andere keuze. De regeling voor de fiscale eenheid wordt namelijk minder aantrekkelijk gemaakt; óók voor puur binnenlandse concerns en fiscale eenheden.

Zij worden geconfronteerd met een potentieel nadeel. Het fiscale eenheidsregime zal worden aangescherpt, zodanig dat ook Nederlandse ondernemingen met Nederlandse dochtermaatschappijen sinds eind oktober 2017 in voorkomende situaties geen recht meer hebben op renteaftrek. Ook overige denkbare gevolgen, zowel voor de vennootschaps- als dividendbelasting, zullen in veel situaties nog nader in kaart moeten worden gebracht. Veel fiscale eenheden zullen in ieder geval over 2017 ten gevolge van de reparatiewetgeving nog extra vennootschapsbelasting moeten afdragen. De maatregel gaat naar verwachting circa 11.000 Nederlandse bedrijven raken, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland.

Actie

Overigens kondigt de staatssecretaris van Financiën tegelijk ook een nieuw concernregime aan, die het oude fiscale eenheidsregime (en de spoedmaatregel nu) op termijn moet gaan vervangen en die uiteraard ook in lijn is met de jurisprudentie van HvJ EU. Tot die tijd doen fiscale eenheden er goed aan om de heffingsgevolgen van deze jurisprudentie voor hen te bezien. Zijn er binnen de fiscale eenheid schuld- en rente- verhoudingen die door de spoedmaatregel worden geraakt, waarbij de rentelasten niet in aftrek worden toegestaan? En zijn er voor het overige heffingsgevolgen voor de vennootschaps- en dividendbelasting? Nu de spoedreparatiemaatregelen binnenkort wet worden, adviseren wij ook om overname- of financieringsstructuren opnieuw te beoordelen. Uiteraard zijn wij hierbij graag van dienst.

Jan-Marc van Beusekom

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jan-Marc verantwoordelijk voor fiscale advisering. Zijn expertise ligt met name bij de vennootschapsbelasting, maar ook bij de inkomstenbelasting daar waar het de directeur-grootaandeelhouder en de vermogende particulier aangaat. Van oudsher heeft Jan-Marc veel ICT & Marketing bedrijven als klant.

Lees meer over Jan-Marc van Beusekom >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen