31 30 2084100
Bellen

U wilt meer informatie?

X
  • Vul uw gegevens in. Wij versturen u een e-mail met een link naar het whitepaper.

Publicatieplicht stichting

16 januari 2015 - mr. Jos van Bavel VERDER NON-PROFIT

Sinds 2010 is een wetsvoorstel in de maak op grond waarvan stichtingen en stichtingsbestuurders geconfronteerd gaan worden met de verplichting om jaarlijks de balans en de staat van baten en lasten (hierna ook: ‘jaarrekening’) van de stichting openbaar te maken. De openbaarmaking (publicatieplicht) vindt plaats via het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Naar de huidige verwachting gaat deze wetswijziging per 1 januari 2016 in (enkele maanden geleden gold 1 juli 2015 nog als verwachte invoeringsdatum). Met ingang van welk boekjaar van een stichting de publicatieplicht vervolgens ingaat, is nog niet bekend. Over het wetsvoorstel vindt nog discussie en consultatie plaats.

Achtergrond

In de nabije toekomst zullen stichtingen hun bezittingen en schulden, alsmede hun inkomsten en kosten openbaar moeten maken. Onder ‘staat van baten en lasten’ wordt bij meer commerciële rechtspersonen ook wel de ‘winst- en verliesrekening’ verstaan. De achtergrond bij de wetswijziging is onder andere de (Europese invloed op de ontwikkeling van de) bestrijding van de financiering van terrorisme via stichtingen. De invoering van een publicatieplicht voor stichtingen moet dit helpen voorkomen.

Inhoud wetsvoorstel

Volgens het wetsvoorstel houdt de publicatieplicht in dat stichtingen hun ‘jaarrekening’ binnen 8 dagen na het opmaken daarvan moeten openbaren. Het opmaken van de ‘jaarrekening’ van de stichting, moet overigens – nu ook al – binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar van de stichting plaatsvinden. Bij de staat van baten en lasten moet het stichtingsbestuur straks vervolgens afzonderlijk melding maken van enkele bijzondere baten, zoals ontvangen giften en donaties.

De bestuurders van de stichting ondertekenen de door hen opgemaakte ‘jaarrekening’ voor de publicatie. Voor de stichting geldt vervolgens de normale bewaartermijn van 7 jaren voor de ‘jaarrekening’, alsmede ook de reguliere administratieplicht (daarin is – vooralsnog – niets gewijzigd, de administratieplicht voor stichtingen bestond al). Stichtingen die ook nu reeds verplicht zijn tot openbaarmaking van hun jaarrekening op grond van het meeromvattende jaarrekeningenrecht (titel 9, boek 2 Burgerlijk Wetboek), alsmede pensioenfondsen worden uitgezonderd van de nieuwe publicatieplicht. Dergelijke stichtingen zijn nu ook al, op grond van andere regelgeving, verplicht hun jaarrekening op te stellen en openbaar te maken.

De financiële transparantie van stichtingen waarop het jaarrekeningenrecht niet van toepassing is, wordt met de voorgenomen maatregelen vergroot en de kans op misbruik verkleind. Het idee is dat het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de toezichthouders op de financiële sector door de publicatieplicht van stichtingen hun bevoegdheden beter kunnen uitoefenen. Daarnaast kunnen professionele dienstverleners zoals banken, advocaten, notarissen en belastingadviseurs op grond van de gepubliceerde gegevens een betere inschatting maken van het risico op witwassen en financieren van terrorisme door een stichting. Ook wordt beter inzichtelijk of een stichting haar vermogen daadwerkelijk aanwendt om de in haar statuten neergelegde doelstelling te verwezenlijken.

Impact en bezwaren

Eind 2010 waren er circa 182.000 stichtingen, aldus de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel. Van die stichtingen worden er door het wetsvoorstel naar schatting circa 166.000 geraakt (ruim 91%!). De administratieve lastenverzwaring die het wetsvoorstel tot gevolg heeft voor stichtingen, leidt tot een lastenvermindering voor het overige handelsverkeer, aldus de Memorie van Toelichting.

Vooral het feit dat met de invoering van de publicatieplicht voor stichtingen straks feitelijk alle stichtingen worden geconfronteerd met de verplichting hun jaarrekening te publiceren, leidt tot kritiek. Met welk doel worden bijvoorbeeld een ‘Stichting Administratiekantoor’ (gebruikt om aandelen of vermogen te certificeren), een ‘familiestichting’ of een ‘Stichting derden-gelden’ in deze wetgeving betrokken? Ook stichtingen met de fiscale status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI), worden door het wetsvoorstel getroffen, terwijl zij ook reeds op grond van strikte fiscale regelgeving informatie aan de overheid (de Belastingdienst) moeten verstrekken.

Voorts is onduidelijk waarom niet ook (bepaalde) verenigingen door het wetsvoorstel worden geraakt. Maar dit laat zich mogelijk verklaren door het ‘democratische’ gehalte van een vereniging en het feit dat verenigingsleden toezicht (geachte worden te) houden op het verenigingsbestuur. Verder schrijft het wetsvoorstel niet voor hoe de balans en staat van baten en lasten moet worden ingericht. Dit is een technisch bezwaar, maar kan er wel toe leiden dat de gepubliceerde jaarrekening geen compleet en reëel beeld geeft dat ook daadwerkelijk inzicht verschaft.

Omdat de bepaalde bijzondere baten, zoals ‘giften’ (zie hieronder), door de publicatieplichtige stichting openbaar gemaakt moeten worden, wordt ook de aard, herkomst of achtergrond van deze baten bekend. Maar een erflater, mecenas, schenker, donateur of subsidiënt wil soms liever anoniem blijven. Van bepaalde goederen is het voorts denkbaar dat de herkomst niet of slechts met zeer veel moeite te achterhalen is. In het geval een stichting een Raad van Toezicht heeft, ligt het voor de hand dat ook de toezichthouders op hun beurt de opgemaakte en door de bestuurders ondertekende ‘jaarrekening’ ondertekenen; het wetsvoorstel merkt hier echter niets over op.

De termijn voor het opmaken van de ‘jaarrekening’ van een publicatieplichtige stichting bedraagt 6 maanden. Op grond van ‘bijzondere omstandigheden’ kunnen andere publicatieplichtige rechtspersonen deze termijn met 5 maanden verlengen. Het is de vraag waarom dit wetsvoorstel die ruimte niet biedt aan publicatieplichtige stichtingen.
Nog onduidelijk is op welke wijze het wetsvoorstel zich gaat uitstrekken tot Nederlandse stichtingen die in het buitenland gevestigd zijn en/of buitenlandse rechtsvormen die vergelijkbaar zijn met een Nederlandse stichting en die in Nederland gevestigd zijn. Niet uitgesloten is dus dat ook buitenlandse stiftungen, foundations, fundación en fondation door het wetsvoorstel worden geraakt.

Tot slot komt bij ons de vraag op of stichtingen die onderdeel uitmaken van een groep stichtingen (bijvoorbeeld in een zorgconcern) en uit hoofde van consolidatieverplichtingen reeds in de (geconsolideerde) jaarrekening van de ‘moeder-‘ of ‘top-‘stichting worden betrokken, ontslagen kunnen worden van de publicatieplicht van de enkelvoudige ‘jaarrekening’ op grond van dit wetsvoorstel.

Fiscaal belang – bijzondere baten

Zoals opgemerkt, is de Belastingdienst een belanghebbende bij de financiële transparantie die stichtingen moeten gaan tonen. In eerste instantie blijkt dit al uit het feit dat stichtingen bij hun staat van baten en lasten afzonderlijk aantekening moeten maken van verkregen goederen krachtens:

  1. Making: erfstelling (verkrijging van goederen onder algemene titel) of legaat (verkrijging van goederen onder bijzondere titel). Een erfstelling geldt als uiterste wilsbeschikking, krachtens welke de erflater aan de stichting zijn gehele nalatenschap of een aandeel daarin nalaat. Een legaat is een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan de stichting een vorderingsrecht toekent;
  2. Lastenbevoordeling; onder een lastbevoordeling wordt een uiterste wilsbeschikking verstaan waarin de erflater aan de stichting goederen nalaat waaraan een verplichting is verbonden die niet bestaat uit de uitvoering van een legaat;
  3. Gift; onder gift wordt verstaan iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt;
  4. Natuurlijke verbintenis; omdat de verkrijging door een stichting op grond van een natuurlijke verbintenis niet als ‘gift’ is aan te merken, is deze wijze van verkrijging door stichtingen afzonderlijk genoemd;

Goederen verkregen onder de een beding dan een goed van de wederpartij van de stichting onder opschortende voorwaarde of tijdsbepaling zonder redelijke tegenprestatie overgaat of kan overgaan, voor zover het beding wordt toegepast in geval van overlijden, alsmede een omzetting van een natuurlijke verbintenis in een bepaalde rechtens afdwingbare verbintenis.

Deze bijzondere verkrijgingen door stichtingen worden in beginsel getroffen door de heffing van schenk- of erfbelasting. Daarnaast kunnen ze worden getroffen door bijvoorbeeld de heffing van overdrachtsbelasting. Mede afhankelijk van de vraag of een stichting ook een onderneming drijft, kan bij de stichting voorts sprake zijn van vennootschaps-, omzetbelasting- (btw) en/of inhoudingsplicht (loonheffingen).

De transparantie die een stichting met de nieuwe publicatieplicht zal moeten tonen, helpt de Belastingdienst bij het maken van een inschatting op het bestaan van belastingplicht voor veel belastingmiddelen. Het wetsvoorstel brengt daarmee noodzakelijk ook meer (interne) aandacht voor de financiële en fiscale positie van veel stichtingen.

Meer informatie over de vennootschapsbelastingplicht van stichtingen treft u hier. Bij het antwoord op de vraag of door stichtingen verkregen giften, erfenissen of legaten worden getroffen door schenk- of erfbelasting, kan naast de ANBI-status ook de status van (steunstichting) SBBI relevant zijn.

Sancties

Het zal niet verbazen dat het opmaken van een onware balans en staat van baten en lasten als een specifieke vorm van bedrog als misdrijf strafbaar is gesteld. Het opmaken van een onware balans is daarnaast ook nog aan te merken als valsheid in geschrifte, eveneens een strafbaar misdrijf. Het nalaten om de publicatieplicht van stichtingen correct in te vullen, gaat een economisch delict opleveren. Onafhankelijk van de invulling van de publicatieplicht door stichtingen, kan tot slot voor belastingschulden bestuurdersaansprakelijkheid bestaan.

Er worden dus sancties gesteld. Maar als kritiek op het wetsvoorstel valt wel te constateren dat ook nu al weinig wordt gehandhaafd op de publicatieplicht van rechtspersonen. De vraag is dus terecht of het wetsvoorstel wel de kwaadwillende – terroristische – stichtingen treft waarop het ziet.

Status wetsvoorstel

Wij merken op dat de voornoemde regelgeving de status van wetsvoorstel heeft. Een eerste consultatieronde is echter al in 2010 afgerond. De krachten die leiden tot wijziging van de regelgeving voor stichtingen zijn bovendien van dien aard dat wij verwachten dat dit wetsvoorstel binnen afzienbare termijn in enige vorm zal worden ingevoerd. De aandacht voor de financiële en fiscale positie van stichtingen neemt in ieder geval toe.

Graag informeren wij u en/of ‘uw’ stichting over de impact van dit wetsvoorstel, mede ook in relatie tot de fiscale verplichtingen. De fiscale positie van stichtingen rekent VERDER tot haar expertise. Graag gaan we met u een gesprek aan over de (fiscale) aandachtspunten bij het ontstaan van publicatieplicht voor stichtingen, bij voorkeur (ruim) voordat het wetsvoorstel in 2016 in werking treedt. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >