31 30 2084100
Bellen

Verlenging termijn opteren winstbelasting

14 december 2016 - Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

De Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) kent reeds lange tijd een generieke subjectieve vrijstelling voor stichtingen en verenigingen met beperkt winstgevende ondernemingsactiviteiten. Sinds 2012 heeft deze regelgeving een meer algemeen karakter dat breed toepasbaar is voor veel Non-Profit-instellingen.

Zodra deze instellingen in enig jaar aan de voorwaarden voldoen, is de generieke subjectieve vrijstelling van artikel 6 Wet Vpb van toepassing. Hoewel een subjectieve vrijstelling ogenschijnlijk voordelig voorkomt, kan toepassing van deze vrijstelling ook nadelig zijn.

Een nadeel kan ontstaan, bijvoorbeeld doordat bij een belastingplichtige stichting of vereniging bij ingang van de vrijstelling een zogeheten ‘eindafrekening’ plaatsvindt waarbij onder meer alle stille reserves in de heffing worden betrokken. Met name in geval van onroerende zaken dit lange tijd tot het ondernemingsvermogen van een instelling hebben behoord en waarbij de boekwaarde ver onder de marktwaarde ligt, kan dit leiden tot vervroegde heffing van winstbelasting. Dit kan leiden tot problemen, zowel vanuit administratief oogpunt als vanuit liquiditeitsoogpunt. Toepassing van de subjectieve vrijstelling kan bovendien nadelig uitwerken indien hierdoor eventuele (aanloop)verliezen uit ondernemingsactiviteiten uit een jaar niet verrekenbaar blijven met behaalde winsten uit andere jaren.

Opteren voor belastingplicht

Bij de invoering van deze vrijstelling zijn deze nadelige gevolgen ook door de wetgever voorzien. Er is een mogelijkheid geschapen om ondernemende instellingen te laten opteren voor belastingplicht. Een daartoe strekkend verzoek dient binnen 6 maanden na het einde van het jaar te worden ingediend. Deze termijn blijkt in de praktijk te kort, omdat veel belastingplichtige instellingen pas in een later stadium hun jaarrekening vaststellen, hun fiscale positie of aangifte opmaken en ook pas op dat moment het belang van het opteren voor belastingplicht onderkennen.

In de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 wordt daarom voorgesteld om de genoemde termijn te verlengen. Indien de voorgestelde wijziging wordt doorgevoerd met ingang van 1 januari 2017, dient een verzoek om de generieke subjectieve vrijstelling achterwege te laten uiterlijk plaats te vinden tegelijk met het indienen van de aangifte. En voor het indienen van de aangifte over het boekjaar waarin een verlies of beperkte winst werd gerealiseerd, geldt een termijn die gebruikelijk eindigt op 1 juni volgend op een boekjaar dat gelijk loopt met een kalenderjaar. Die termijn kan voorts worden verlengd met door de Belastingdienst verleend uitstel.

Een verzoek dient daarmee uiterlijk te worden gedaan op de dag van het verzenden van de aangifte. Wij merken op dat dit nog altijd een afzonderlijk verzoek betreft, dat dus afzonderlijk van de aangifte en schriftelijk moet worden gedaan.

Praktijk

Wij menen dat deze tegemoetkoming met ingang van 2017 welkom is voor een aantal ondernemende instellingen. Vooral instellingen met jaarlijks sterk wisselende exploitatieresultaten zijn hiermee gediend. Het eventueel doen van een aangifte is immers het meest logische moment om de keuze te maken af te zien van de generieke subjectieve vrijstelling en het belang daarvan te wegen.

Volledigheidshalve merken wij op dat het wetsvoorstel naar onze ervaring één nadelig aspect van de huidige optie tot belastingplicht niet wegneemt. Nieuw opgerichte ondernemende instellingen of instellingen met nieuwe ondernemingsactiviteiten die (aanloop)verliezen realiseren, werden immers niet reeds als belasting- en aangifteplichtig geregistreerd door de Belastingdienst. Zij krijgen niet al regulier een uitnodiging tot het doen van aangifte uitgereikt. Dergelijke stichtingen en verenigingen dienen daartoe dus onveranderd zelf én tijdig actie te nemen richting de Belastingdienst en zien de termijn die hen daarvoor gegund is met ingang van 2017 niet verlengd. Nemen zij geen actie, dan dreigen gerealiseerde aanloopverliezen uit het afgesloten boekjaar fiscaal nog altijd verloren te gaan.

Onze dienstverlening

VERDER heeft veel expertise met betrekking tot belastingplicht en vrijstellingen voor instellingen in de (semi)publieke sector. Graag gaan wij over de implicaties van voornoemde wetswijziging per 1 januari 2017 het gesprek met u aan. Onze contactgegevens treft u hier.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >