+31 30 2084100
Bellen

Vrijstelling vennootschapsbelasting voor uw zorginstelling

4 juli 2015 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

De zorgsector is volop in beweging. Er wordt daarbij een steeds groter beroep gedaan op het ‘ondernemerschap’ van zorginstellingen. Om in te spelen op marktontwikkelingen komen samenwerkingsvormen, uitbesteding en onderaanneming steeds vaker voor. Kostendruk dwingt daarbij tot de flexibele inzet van personeel: meer inhuur van zelfstandigen, maar ook in- en uitleen.

Dergelijke ontwikkelingen in de organisatie van uw zorginstelling, kunnen van invloed zijn op de fiscale positie van uw zorginstelling. Denk daarbij aan het handhaven en toepassen van btw-vrijstellingen, maar juist ook aan de eisen die gelden voor het toepassen van vrijstellingen in de sfeer van de vennootschapsbelasting. Met iedere nieuwe activiteit maar ook met het staken van werkzaamheden kan verandering optreden in deze fiscale positie. Een belangrijk aspect derhalve in uw bedrijfsvoering is uw fiscale strategie.

Zorg en de vennootschapsbelasting

‘Zorg’ is in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 als volgt gedefinieerd: het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen, dan wel het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking.

Uiteraard houden vele partijen zich momenteel bezig met het bieden van zorg. Eerstelijns zorg, maar ook medisch specialistische zorg, manterzorg, et cetera. Zorginstellingen die geen winst beogen (en veelal juridisch als stichting zijn georganiseerd) kunnen zich beroepen op een ‘zorgvrijstelling’ in de vennootschapsbelasting. Daarbij gelden twee strikte (cumulatieve) voorwaarden in de werkzaamhedentoets én de winstbestemmingstoets.

Werkzaamhedentoets

Deze voorwaarde houdt in dat minimaal 90% van de activiteiten van de zorginstelling moet bestaan uit het bieden van ‘zorg’ ingevolge de voornoemde wettelijke definitie. Deze toets wordt vaak (primair) toegepast op basis van de omzet van een zorginstelling. Denkbaar is echter ook om als basis het aantal FTE’s te hanteren, zeker als dit een betere uitkomst geeft. Alleen de personeelsleden die zijn toe te rekenen aan de zorg worden dan meegeteld in het aantal FTE’s.

De werkzaamhedentoets uit de zorgvrijstelling geldt als een ‘alles-of-niets’ bepaling. Indien de activiteiten van een zorginstelling voor 10% of meer uit ‘niet-zorg-activiteiten’ bestaan, dan wordt zij voor het geheel van haar ondernemingsactiviteiten betrokken in de heffing van vennootschapsbelasting. Bij overschreiding van de geboden marge derhalve, worden ook de echte zorgactiviteiten onder de heffing van vennootschapsbelasting gebracht. Het is dus zaak deze marge en de grenzen daaraan te bewaken om niet voor verrassingen te komen staan.

Winstbestemmingstoets

Naast de werkzaamhedentoets geldt de winstbestemmingstoets. De zorginstelling mag eventueel behaalde positieve exploitatieresultaten alleen aanwenden ten bate van een entiteit die ook zelf gebruik maakt van de zorgvrijstelling of ten bate van een algemeen maatschappelijk belang. Meestal kan een zorginstelling in de juridische vorm van een stichting aan deze eis voldoen. Maar soms kunnen ook deelnemingen in besloten vennootschappen delen binnen zorgconcernverband kwalificeren voor toepassing van de zorgvrijstelling. Indien uw zorginstelling toegelaten is op grond van de Wet Toegelaten Zorginstellingen (WTZi), dan verbiedt deze wetgeving bovendien (vooralsnog) het doen van winstuitkering(en). Aan de inrichting van de statuten van uw zorginstelling komt met deze eis in ieder geval een groot belang toe. Hetgeen overigens ook het geval kan zijn in relatie tot andere fiscale regelgeving, bijvoorbeeld de regelgeving voor Algemeen Nut Beogende Instellingen.

Algemene vrijstelling

Zorginstellingen die geen beroep kunnen doen op de zorgvrijstelling kunnen in specifieke gevallen gebruik maken van een generieke vrijstelling voor stichtingen en verenigingen. Deze algemene vrijstelling vereist kortweg dat:

  • De (eventuele) winst in een jaar niet meer bedraagt dan € 15.000 of
  • De (eventuele) winst in het jaar en de daaraan voorafgaande vier jaren tezamen niet meer bedraagt dan € 75.000.

In sommige situaties vormt deze algemene vrijstelling nog een ontsnapping voor het ontstaan van integrale vennootschapsbelastingplicht voor de zorgonderneming van uw instelling. Gezien de beperkte marges die deze regelgeving biedt, alsmede ook het verschil tussen het te verantwoorden bedrijfseconomische exploitatieresultaat en het fiscale resultaat (bijvoorbeeld ten gevolge van verschillen in de fiscaal te accepteren afschrijvings- en rentelasten), biedt deze regelgeving in de praktijk naar onze ervaring onvoldoende houvast om daarop uw fiscale strategie op te baseren.

Benut uw vrijstellingen maximaal

De ontwikkelingen in de zorg zijn door veel zorginstellingen vertaald naar wijzigingen in de organisatie. Denk hierbij aan samenwerkingsverbanden, onderaanneming, de inzet van zelfstandigen, het delen of ter beschikking stellen van personeel, extramuralisering of andere vormen van uitbreiding van de dienstverlening. Deze organisatorische en strategische wijzigingen kunnen ertoe leiden dat de zorgvrijstelling onder druk komt te staan of niet (meer) geclaimd kan worden omdat uw werkzaamheden in relatief grote mate wijzigen. De werkzaamhedentoets kent dan een andere uitkomst. In beginsel zijn alle veranderingen in de werkzaamheden, bekostiging en omzet aanleiding om behoud van de zorgvrijstelling te monitoren. De aard van de diverse activiteiten van zorginstellingen, maakt dat lang niet alle activiteiten nog onder de voornoemde ‘zorg’-definitie vallen.

Ook de fiscale jurisprudentie met praktische uitleg over de zorgvrijstelling is in ontwikkeling. De Hoge Raad stelde recent nog vast dat een zorginstelling de zorg vanuit het perspectief van de zorgvragers zelf dient te verrichten. Er bestaat naar onze ervaring wel flexibiliteit en ruimte om derden in te huren, maar aan de wijze waarop uw instelling haar diensten aanbiedt, komt fiscaal een groot belang toe.

Met name bij de volgende activiteiten kan naar onze ervaring discussie ontstaan of deze wel onder de fiscale definitie ‘zorg’ vallen (NB: niet limitatief):

  • Activiteiten en/of uren zonder (of uitgaand boven) een indicatie-besluit ingevolge de Wet langdurige zorg of Wet maatschappelijke ondersteuning;
  • Collegiale uitleen van of ondersteuning met personeel aan andere zorginstellingen;
  • Vrijwilligerswerk;
  • Prenatale zorg en/of preventieve dienstverlening;
  • Kinderopvang;
  • Thuiszorgwinkels/verhuuractiviteiten;
  • Maatschappelijk/welzijnswerk;
  • Maaltijdverstrekking;
  • Servicepakketten/aanvullende diensten/cursussen/trainingen.

Hoewel praktisch een steeds groter gewicht aan de werkzaamhedentoets toekomt, is het verstandig ook de winstbestemmingstoets periodiek uit te voeren. Bij wijzigingen in de statuten en/of interne regelgeving van uw zorginstelling dient daar vaak aandacht naar uit te gaan.

Onze dienstverlening

Is uw zorginstelling geïnteresseerd in behoud van de zorgvrijstelling voor de vennootschapsbelasting? Hoe benut u deze vrijstelling optimaal? Welke risico’s loopt uw zorginstelling hierbij? Graag helpen wij u (periodiek) bij het beoordelen van uw fiscale positie.

Graag gaan wij met u het gesprek aan over de fiscale strategie van uw zorginstelling en de wijze waarop u daaraan voor de vennootschapsbelasting het beste invulling kunt geven. Voor een vrijblijvend verkennend gesprek, neemt u contact met ons op. Onze contactgegevens treft u hier aan.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen