31 30 2084100
Bellen

Zorgvrijstelling vennootschapsbelasting

31 maart 2014 - mr. Jos van Bavel VERDER - NON-PROFIT

Stichtingen die een zorgonderneming drijven, beogen veelal geen winst. De Wet Toegelaten Zorginstellingen (WTZi), bepaalt bovendien (vooralsnog) dat een eventueel behaald positief exploitatiesaldo (‘winst’) niet mag worden uitgekeerd. Fiscaal kunnen de meeste zorginstellingen gebruik maken van de zogenoemde ‘zorgvrijstelling’ in de vennootschapsbelasting. Onder strikte voorwaarden blijft de onderneming van de stichting dan via toepassing van een subjectieve vrijstelling vrijgesteld van deze belasting. Als niet wordt voldaan aan de vereisten van de zorgvrijstelling, kan mogelijk nog de algemene vrijstelling voor stichtingen en verenigingen worden ingeroepen om aan belastingplicht te ontkomen.

De vennootschapsbelasting strekt zich uit over het door een onderneming behaald resultaat. Voor de zorgsector bestaat sinds jaar en dag de zorgvrijstelling. Vanwege de snelle ontwikkelingen in de zorgsector volstaat louter deze vrijstelling vaak niet meer om een zorgconcern buiten de heffing te houden. We zien dus ook dat de vennootschapsbelasting steeds vaker aan de orde is binnen de zorg en zorginstellingen. Bijvoorbeeld in de care bij de scheiding van wonen en zorg, maar ook in de cure bij samenwerking bijvoorbeeld in een diagnostisch centrum, de exploitatie van ‘commerciële’ activiteiten als apotheek, thuiszorgwinkel of parkeergarage.

De fiscale wetgeving kent eigen regels en eigenaardigheden. Om niet met verrassingen te worden geconfronteerd is het goed om hiervan tijdig kennis te hebben. Een gebrek aan goede, op de huidige zorgpraktijk toegespitste regelgeving maakt dat uitkomsten en afspraken met de Belastingdienst zeer uiteen kunnen lopen. Het is onze zorg dat uw zorginstelling of initiatief fiscaal optimaal gebruik maakt van de regelgeving. Als het niet anders kan en aan heffing niet kan worden ontkomen, dan is het zaak om het fiscale rendement van uw organisatie zo hoog mogelijk te houden.

Fiscale vereisten zorgvrijstelling

Als ‘zorg’ in de zin van de fiscale wetgeving kwalificeert: het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen en het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Die zorg moet dan wel in een bepaalde minimum verhouding staan tot het geheel van de werkzaamheden van de instelling (zogenoemde ‘werkzaamhedentoets’). Daarnaast gelden ook eisen aan de winstbestemmming (zogenoemde ‘winstbestemmingstoets’) en gold tot 2012 ook een instellingstoets.

Werkzaamhedentoets

Minimaal zo’n 90% van de activiteiten van de zorginstelling moeten bestaan uit dergelijke zorg. Het is echter de vraag op welke wijze deze relatieve omvang getoetst moet worden. Is het jaarlijkse resultaat van de instelling relevant? Haar omzet, het aantal (zorg)personeelsleden, FTE’s?

De ervaring leert dat hierover discussie kan bestaan. Hof Amsterdam legde de werkzaamhedentoets recentelijk nog ruim uit in een procedure die handelde over een thuiszorginstelling: hoewel de feitelijke zorg door deze instelling niet (door werknemers van) de instelling werd verricht, waren de organisatorische en bestuurlijke werkzaamheden volgens het Hof zo zorgspecifiek dat zij moesten worden aangemerkt als werkzaamheden die bestonden uit het ‘genezen, verplegen of verzorgen’.

Op basis van dezelfde feiten kwam de Hoge Raad echter tot een ander oordeel. Bijzonder positief daarbij is wel dat de werkzaamheden van ingeschakelde ZZP-ers niet kunnen worden uitgesloten bij de beoordeling van de werkzaamheden van deze thuiszorginstelling. De ‘uitvoerende taak’ werd in casu immers niet verricht door zorgverleners die bij belanghebbende in dienstbetrekking zijn, maar door derden (ZZP-ers).

De Hoge Raad stelt in de procedure echter vast dat de cliënt (‘zorgvrager’) zich bij het vragen om zorg richt tot van de instelling onafhankelijke steunpunten, die vervolgens zorgen dat zelfstandige zorgverleners de gevraagde zorg contracteren en verlenen. Weliswaar is de stichting een toegelaten AWBZ-thuiszorginstelling en uiteindelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden van de zorgverleners, maar toch verleent deze instelling de zorg vanuit het perspectief van de zorgvragers niet zelf. De zorgvrijstelling biedt volgens de Hoge Raad geen ruimte om ook administratieve en organisatorische werkzaamheden te scharen onder de werkzaamheden die worden opgesomd in de wet.

In de in deze procedure eerder verschenen conclusie van de advocaat-generaal, werd de opinie nog onderbouwd dat de eis van ‘eigen handen aan het bed’ die de Belastingdienst vaak in de praktijk stelt, niet voortvloeit uit de wet of de wetsgeschiedenis. Anders dan deze eerdere ruime en praktisch welwillende uitleg van (de werkzaamhedentoets van) de zorgvrijstelling, beperkt dit arrest van de Hoge Raad naar onze mening nu echter de fiscale flexibiliteit van (veel) zorginstellingen.

Zodra in arbeid immers bijvoorbeeld via inzet van (meer) ZZP’ers of (ook binnen een zorggroep) met een (eigen) flexpool wordt voorzien, kan de zorgvrijstelling vennootschapsbelasting eerder in het geding komen. De werkzaamheden van een (thuis)zorginstelling die bestaan uit het uitoefenen van een bemiddelende en administratief ondersteunende rol, kwalificeren niet als ‘zorg’. Als dergelijke werkzaamheden zich in voldoende relatieve mate voordoen, dan is de (thuis)zorginstelling onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting.

In ieder geval blijkt uit deze jurisprudentie nog maar weer eens dat de Belastingdienst kritisch kijkt naar de toepasbaarheid van de zorgvrijstelling.

Winstbestemmingstoets

Voor de zorgvrijstelling blijft naast de werkzaamhedentoets onveranderd vereist dat eventueel behaalde positieve exploitatieresultaten enkel kunnen worden aangewend ten bate van een ‘zorgvrijgestelde’ instelling of een algemeen maatschappelijk belang.

Veranderende omgeving

De zorgsector verandert. Er wordt steeds meer gewerkt met inhuur van ZZP-ers en onderaannemers. Er bestaat behoefte aan nieuw extern kapitaal ten behoeve van bijvoorbeeld investeringen in ICT, huisvesting of personeel(sbinding). De rechtsvorm van de stichting leent zich slecht om dit kapitaal aan te trekken. Een direct belang nemen in de zorginstelling of het voorzien in nieuw eigen vermogen is dus vaak problematisch. En dat remt ontwikkelingen. Mede vanwege de fiscale zorgvrijstelling, staat het de zorgonderneming immers niet vrij om winst uit te keren.
In de snel wijzigende markt van zorgondernemingen, moet de Belastingdienst bovendien het ‘level playingfield’ bewaken. Allerlei private zorginitiatieven worden ontplooid. Die zijn regulier belast met vennootschaps- of inkomstenbelasting. De zorginstelling die het algemene nut dient, zal haar eigen zorgvrijstelling periodiek en actief moeten toetsen om niet ook te worden betrokken in de heffing van de winstbelasting. Zorginstellingen stellen zich immers steeds ‘ondernemender’ op. De wetgever heeft inmiddels aangekondigd dat de zorgvrijstelling binnenkort zal veranderen, maar in het Belastingpakket 2014 is hierover niets opgenomen.

Onze dienstverlening

Graag informeren wij uw instelling of zorgonderneming over de mogelijkheden van en de grenzen aan de zorgvrijstelling. Nu en in de nabije toekomst. De werking van de zorgvrijstelling en het belang daarvan binnen een zorgconcern met meerdere stichtingen of rechtspersonen, rekent VERDER tot haar expertise. Onze contactgegevens treft u hier aan.

VERDER gaat uiterst nauwkeurig te werk. Toch kunnen wij geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor door u op basis van de voorgaande informatie genomen acties. Neem hier kennis van onze disclaimer.

Jos van Bavel

Partner | Fiscalist

Binnen VERDER is Jos verantwoordelijk voor fiscale advisering. Jos is een fiscaal specialist met focus op grote en middelgrote Non-Profit organisaties en overheden.

Lees meer over Jos van Bavel >

Recente publicaties

Alle publicaties

Best gelezen